1. De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt geweigerd als:
a. de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:5 gestelde eisen;
b. de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf strijd zal opleveren met het omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan in strijd is
met een ; of
c. er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf personen
werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met artikel 273f van het Wetboek van
Strafrecht of met het bij of volgens de Wet arbeid vreemdelingen of de
Vreemdelingenwet bepaalde;
d. het maximaal af te geven aantal vergunningen voor seksinrichtingen of
escortbedrijven zijn verleend.
2. Voor seksinrichtingen en in Nederland gevestigde escortbedrijven kan, onverminderd het
bepaalde in artikel 1:8, de vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, worden geweigerd
of het aanwijzen of het vaststellen bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, achterwege gelaten,
in het belang van:
a. het voorkomen of beperken van overlast;
b. het voorkomen of beperken van het aantasten van het woon- en leefklimaat;
c. de veiligheid van personen of goederen;
d. de verkeersvrijheid of -veiligheid;
e. de gezondheid of zedelijkheid; of
f. de arbeidsomstandigheden van de prostituee.