1. Het is verboden de weg, openbare plaats of een weggedeelte daarvan anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan zonder ontheffing van het college.
2. Een ontheffing moet minimaal 8 weken voor het geplande gebruik worden aangevraagd.
3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een ontheffing worden geweigerd:
Als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;
Als het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of
in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak.
4. Geen ontheffing als bedoeld in het eerste lid is nodig als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
Het gebruik brengt geen schade toe of kan geen schade toebrengen aan de openbare plaats, belemmert de bruikbaarheid van de openbare plaats niet of kan de bruikbaarheid van de openbare plaats niet belemmeren, vormt geen belemmering of kan geen belemmering vormen voor het beheer of onderhoud van de openbare plaats; en
Het gebruik voldoet aan de redelijke eisen van welstand; en
De ingenomen oppervlakte van de openbare ruimte is maximaal vijftien vierkante meter; en
Het object/ de objecten wordt/ worden voor maximaal één maand geplaatst; en
Twee weken voor het plaatsen is melding gedaan bij het college met vermelding van locatie en periode.
5. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen, reclameuitingen en straatversiering.
6. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op:
Evenementen als bedoeld in artikel 2:24;
Standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17;
Overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de openbare plaats of weg is verleend.
Beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.