- de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de

Kansspelen;

- de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;

- de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.

3. Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk gesteld:

a. vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid onder a

van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de Algemene

wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan € 375,00 is;

b. een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf.

4. De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:

a. bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van beslissing

op de aanvraag van de vergunning;

b. bij het intrekken van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van het

intrekken van deze vergunning.

5. De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar geen exploitant of beheerder

geweest van een seksinrichting of escortbedrijf die voor ten minste een maand door het

bevoegd bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in artikel 3:4,

eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem geen verwijt treft.