1. Het is verboden een terras bij een openbare inrichting te exploiteren, als:

a. het terras gevaar of hinder voor de omgeving oplevert;

b. het terras schade toebrengt aan de weg;

c. het terras gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het beheer en onderhoud van de openbare plaats;

d. het terras hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;

e. daarvan niet minimaal 8 weken voor opstelling een melding is gedaan bij de burgemeester met vermelding van de afmeting en de periode.

2. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, de verkeersveiligheid, het uiterlijk aanzien van de gemeente of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen.

3. Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voorzover voor het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of het Provinciaal wegenreglement.