1. Degene, die voornemens is om te venten zoals bedoeld in eerste lid van artikel 5:14, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren melding aan het college.
2. Op de bevestiging van de melding is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op:
a. situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994;
b. het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard.
4, In afwijking van het bepaalde in het eerste en derde lid is het venten van gedrukte en geschreven stukken verboden op door het college in het belang van de openbare orde aangewezen openbare plaatsen of voor bepaalde dagen of uren.