1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.
2. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.
3. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement (0-evenement), indien:
- het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 250 personen;
- het evenement tussen 10.00 en 24.00 uur plaatsvindt (vrijdag en zaterdag tot 01.00u);
- geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 10.00 uur en/of na 24.00 uur;
- het geluidsniveau op 2 meter afstand en op 1,5 meter hoogte van de gevel van de woningen minder is dan 70 db(A) of 80 dB(c);
- het evenement geen belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten;
- slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25 m2 per object;
- er wordt geen alcoholhoudende drank verkocht;
- er een organisator is; en
- de organisator minimaal 15 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan schriftelijk melding heeft gedaan bij de burgemeester.
4. De burgemeester kan binnen 10 werkdagen na ontvangst van de melding besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.
5. Wanneer een meldingplichtig evenement overlast veroorzaakt, kan, indien opnieuw een melding voor het evenement wordt gedaan, bijv. een jaarlijks terugkerend evenement, het evenement worden aangemerkt als een vergunningplichtig evenement. Alvorens dit besluit wordt genomen, worden eventuele betrokkenen/belanghebbenden eerst gehoord.
6. De vergunning als bedoeld in lid 1 kan worden geweigerd in het belang van:
a. de openbare orde;
b. het voorkomen of beperken van overlast;
c. de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen;
d. de gezondheid.
7. Op de aanvraag van de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.