De in artikel 2:34d en 2:34e bedoelde ontheffingen kunnen worden ingetrokken of gewijzigd indien:
a. ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt; of
b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de ontheffing is vereist; of
c. zich feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de ontheffing gevaar oplevert voor de openbare orde, veiligheid; of
d. de aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; of
e. van de ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn; of
f. indien de houder van de ontheffing dit verzoekt.