1. Degene die op basis van een titel, anders dan eigendom, grond of gronden welke in de gemeente is of zijn gelegen beheert, is verplicht de op deze grond of gronden voorkomende distelsoorten Ciricium arvensis (akkerdistel) en Sonchus arvensis (akkermelkdistel) en de voorkomende berenklauwsoorten Heracleum sphondylium (gewone berenklauw) en Heracleum mantegazzianum (reuzenberenklauw) tijdig, vóórdat deze tot bloei komt, te verwijderen en te vernietigen.

  2. Bij gebreke van de in lid 1 bedoelde persoon, rust de in lid 1 bedoelde verplichting op de eigenaar van de bedoelde grond of gronden.