Algemene plaatselijke verordening Waterland 2021 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Paragraaf Afdeling 1. Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Paragraaf Afdeling 2. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Paragraaf Afdeling 3. Evenementen
Paragraaf Afdeling 4. Toezicht op openbare inrichtingen
Paragraaf Afdeling 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Paragraaf Afdeling 6. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Paragraaf Afdeling 7 Toezicht op speelgelegenheden
Paragraaf Afdeling 8. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Paragraaf Afdeling 9. Bestrijding van heling van goederen
Paragraaf Afdeling 10. Consumentenvuurwerk
Paragraaf Afdeling 11. Drugsoverlast
Paragraaf Afdeling 12. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Paragraaf Afdeling 1 Kamperen buiten kampeerterreinen
Paragraaf Afdeling 2 Collecteren
Paragraaf Afdeling 3 Venten
Paragraaf Afdeling 4 Zwemmen, varen en ander aan het water gerelateerde onderwerpen
Paragraaf Afdeling 5 Vuurverbod
Paragraaf Afdeling 6 Verstrooiing
Paragraaf Afdeling 7 Uitzaaien van distels en berenklauwen
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen

Hoofdstuk

Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente

Artikel 4:1

Definitie

In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: Een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.

Artikel 4:2

Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen

  1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd.

  2. Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.

  3. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid.

  4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van:

    1. de bescherming van natuur en landschap;

    2. de bescherming van een stadsgezicht.

Artikel 4:3

Aanwijzing kampeerplaatsen

  1. Het verbod van artikel 4:2, eerste lid, is niet van toepassing op door burgemeester en wethouders aangewezen plaatsen.

  2. Burgemeester en wethouders kunnen daarbij nadere regels stellen in het belang van de gronden, genoemd in artikel 4:2, vierde lid.

Artikel 4:4

Inzameling van geld of goederen

  1. Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.

  2. Onder een inzameling als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan het aanvaarden van geld of goederen bij het aanbieden van diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.

  3. Het verbod geldt niet voor een inzameling die wordt gehouden:.

    1. in besloten kring, of

    2. door een instelling met een CBF-keurmerk, of

    3. door een andere, door burgemeester en wethouders aangewezen instelling.

Artikel 4:7

Beschadigen van waterstaatswerken

  1. Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens, sluizen of steigers.

  2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Omgevingsverordening NH2020.

Artikel 4:8

Reddingsmiddelen

Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.

Artikel 4:9

Veiligheid op het water

  1. Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.

  2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Omgevingsverordening NH2020.

Artikel 4:10

Zwemmen in openbaar water

Het is verboden te zwemmen in openbaar water, indien burgemeester en wethouders blijkens een openbare kennisgeving en – zo mogelijk – ter plaatse aangebrachte borden, het zwemmen gevaarlijk achten voor de gezondheid.

Artikel 4:11

Snelheidsbeperking boten

  1. In de wateren in beheer bij de gemeente is het verboden te varen met een grotere snelheid dan 6 km per uur met een motorboot, waaronder ook begrepen worden vaartuigen met een buitenboordmotor en jetski’s.

  2. Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement.

Artikel 4:12

Afmeerverbod waterscooters

  1. In de wateren in beheer bij de gemeente is het verboden ligplaats in te nemen met een waterscooter als bedoeld in het Binnenvaartpolitiereglement.

  2. Onder ligplaats nemen als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan: afmeren of ankeren.

  3. Het verbod in het eerste lid geldt alleen voor wateren die door burgemeester en wethouders zijn aangewezen.

  4. Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement.

Artikel 4:13

Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken

  1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.

  2. Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op:

    1. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;

    2. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand;

    3. vuur voor koken, bakken en braden;

    4. de vuurplaatsen op het Hemmeland;

    5. ziek hout- en rietverbrandingen;

    6. kerstboomverbrandingen georganiseerd in de gemeente Waterland in de maand januari.

  3. Burgemeester en wethouders kunnen van dit verbod ontheffing verlenen.

  4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.

  5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Omgevingsverordening NH2020.

  6. Het verbod, genoemd in het eerste lid, is niet van toepassing op de door burgemeester en wethouders aangewezen plaatsen.

Artikel 4:17

Verplichting met betrekking tot het uitzaaien van distels en berenklauwen

  1. Degene die op basis van een titel, anders dan eigendom, grond of gronden welke in de gemeente is of zijn gelegen beheert, is verplicht de op deze grond of gronden voorkomende distelsoorten Ciricium arvensis (akkerdistel) en Sonchus arvensis (akkermelkdistel) en de voorkomende berenklauwsoorten Heracleum sphondylium (gewone berenklauw) en Heracleum mantegazzianum (reuzenberenklauw) tijdig, vóórdat deze tot bloei komt, te verwijderen en te vernietigen.

  2. Bij gebreke van de in lid 1 bedoelde persoon, rust de in lid 1 bedoelde verplichting op de eigenaar van de bedoelde grond of gronden.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening Waterland 2021