1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.

  2. Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op:

    1. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;

    2. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand;

    3. vuur voor koken, bakken en braden;

    4. de vuurplaatsen op het Hemmeland;

    5. ziek hout- en rietverbrandingen;

    6. kerstboomverbrandingen georganiseerd in de gemeente Waterland in de maand januari.

  3. Burgemeester en wethouders kunnen van dit verbod ontheffing verlenen.

  4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.

  5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Omgevingsverordening NH2020.

  6. Het verbod, genoemd in het eerste lid, is niet van toepassing op de door burgemeester en wethouders aangewezen plaatsen.