1. Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 5:4, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

  2. Op besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 5:4, die golden op het moment en waarvan is bepaald dat het besluit niet persoonsgebonden is of overdraagbaar is, blijft de verordening bedoeld in artikel 5:4 van toepassing.