-
Het bevoegd bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.
-
Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen.
-
Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.
ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
HOOFDSTUK ALGEMENE BEPALINGEN
HOOFDSTUK OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID, VOLKSGEZONDHEID EN MILIEU
- Artikel 2:1
- Artikel 2:2
- Artikel 2:3
- Artikel 2:4
- Artikel 2:5
- Artikel 2:6
- Artikel 2:7
- Artikel 2:8
- Artikel 2:9
- Artikel 2:10
- Artikel 2:11
- Artikel 2:12
- Artikel 2:13
- Artikel 2:14
- Artikel 2:15
- Artikel 2:16
- Artikel 2:17
- Artikel 2:18
- Artikel 2:19
- Artikel 2:20
- Artikel 2:21
- Artikel 2:22
- Artikel 2:23
- Artikel 2:24
- Artikel 2:25
- Artikel 2:26
- Artikel 2:27
- Artikel 2:28
- Artikel 2:29
- Artikel 2:30
- Artikel 2:31
- Artikel 2:32
- Artikel 2:33
- Artikel 2:34
- Artikel 2:34a
- Artikel 2:34b
- Artikel 2:34c
- Artikel 2:34d
- Artikel 2:34e
- Artikel 2:34f
- Artikel 2:35
- Artikel 2:36
- Artikel 2:37
- Artikel 2:38
- Artikel 2:38a Definities
- Artikel 2:39
- Artikel 2:40
- Artikel 2:40a Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen
- Artikel 2:41
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:44
- Artikel 2:44a
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
- Artikel 2:47a
- Artikel 2:48
- Artikel 2:49
- Artikel 2:50
- Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties
- Artikel 2:51
- Artikel 2:52
- Artikel 2:53
- Artikel 2:54
- Artikel 2:55
- Artikel 2:56
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:59a Gevaarlijke honden op eigen terrein
- Artikel 2:60
- Artikel 2:61
- Artikel 2:62
- Artikel 2:63
- Artikel 2:64
- Artikel 2:65
- Artikel 2:66
- Artikel 2:67
- Artikel 2:68
- Artikel 2:69
- Artikel 2:70
- Artikel 2:71
- Artikel 2:72
- Artikel 2:73
- Artikel 2:73a
- Artikel 2:73b
- Artikel 2:74
- Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik
- Artikel 2:75
- Artikel 2:76
- Artikel 2:77
- Artikel 2:78
- Artikel 2:79
HOOFDSTUK SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE E.D.
HOOFDSTUK BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON EN ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE.
- Artikel 4:1
- Artikel 4:2
- Artikel 4:3
- Artikel 4:4
- Artikel 4:5
- Artikel 4:5a
- Artikel 4:6
- Artikel 4:6a
- Artikel 4:7
- Artikel 4:8
- Artikel 4:9
- Artikel 4:9a Verbod oplaten ballonnen
- Artikel 4:10
- Artikel 4:11
- Artikel 4:12
- Artikel 4:12a
- Artikel 4:12b
- Artikel 4:12c
- Artikel 4:12d
- Artikel 4:12e
- Artikel 4:12f
- Artikel 4:12g
- Artikel 4:12h
- Artikel 4:12i
- Artikel 4:12j
- Artikel 4:12k
- Artikel 4:12l
- Artikel 4:12m
- Artikel 4:13
- Artikel 4:14
- Artikel 4:15
- Artikel 4:16
- Artikel 4:17
- Artikel 4:18
- Artikel 4:19
HOOFDSTUK ANDERE ONDERWERPEN BETREFFENDE DE HUISHOUDING DER GEMEENTE
- Artikel 5:1
- Artikel 5:2
- Artikel 5:3
- Artikel 5:4
- Artikel 5:5
- Artikel 5:6
- Artikel 5:7
- Artikel 5:8
- Artikel 5:9
- Artikel 5:10
- Artikel 5:11
- Artikel 5:12
- Artikel 5:13
- Artikel 5:14
- Artikel 5:15
- Artikel 5:16
- Artikel 5:17
- Artikel 5:18
- Artikel 5:19
- Artikel 5:20
- Artikel 5:21
- Artikel 5:22
- Artikel 5:23
- Artikel 5:24
- Artikel 5:25
- Artikel 5:26
- Artikel 5:27
- Artikel 5:28
- Artikel 5:29
- Artikel 5:30
- Artikel 5:31
- Artikel 5:31a
- Artikel 5:32
- Artikel 5:33
- Artikel 5:34
- Artikel 5:35
- Artikel 5:36
- Artikel 5:37
HOOFDSTUK STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
HOOFDSTUK
Artikel 1:4
Voorschriften en beperkingen
-
Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in het verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.
-
Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.
3. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
Artikel 1:5
Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing
1. De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
Artikel 1:6
Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing
-
De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:
indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;
indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;
indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn; of
de houder dit verzoekt.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
Artikel 1:7
Termijnen
1. De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.
2. De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd als het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft.
Artikel 1:8
Weigeringsgronden
-
De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:
de openbare orde;
de openbare veiligheid;
de volksgezondheid;
de bescherming van het milieu.
-
Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan 3 weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.
Artikel 1:9
Reikwijdte Wet Bibob
Een vergunning, subsidie of aanbesteding kan door het bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd of ingetrokken indien uit het aangevraagde advies bij het Landelijk Bureau Bibob (op grond van artikel 3 Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur) blijkt dat er sprake is van ernstig gevaar dat de gevraagde beschikking mede zal worden gebruikt voor:
het benutten van voordelen uit strafbare feiten, of
het plegen van strafbare feiten.