1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

  2. De burgemeester kan een aanvraag om vergunning, zoals bedoeld in het eerste lid, in afwijking van artikel 1:8, tweede lid weigeren indien deze niet minimaal 6 weken voor de aanvang van het evenement is ingediend.

  3. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen

  4. Geen vergunning, zoals bedoeld in het eerste lid, maar wel een melding is vereist voor een evenement, indien:

    1. het aantal aanwezigen welke gelijktijdig aanwezig zijn niet meer bedraagt dan 300 personen;

    2. de organisator ten minste 3 weken voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester;

  5. De burgemeester kan binnen 10 werkdagen na ontvangst van de melding, zoals bedoeld in het derde lid onder b, besluiten een evenement te verbieden, indien er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

  6. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarvoor voorzien wordt in artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.

  7. Er kunnen nadere regels ten aanzien van een evenement zoals bedoeld in eerste en derde lid van dit artikel worden opgesteld door het college van burgemeester en wethouders met het oog op de belangen van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of indien het milieu in gevaar komt.

  8. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.