1. Het is verboden de weg en/of openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik:

    1. het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg en/of openbare plaats, de bruikbaarheid van de weg en/of openbare plaats belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg en/of openbare plaats; of

    2. het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.

    3. van het beoogde gebruik, voor zover het gaat om bouwmateriaal en bouwmaterieel niet ten minste tien werkdagen voorafgaand aan het gebruik melding is gedaan aan het college, of

    4. niet wordt voldaan aan de nadere regels als bedoeld in lid 3.

  2. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet ten minste een vrije doorgang 1,20 strekkende meter wordt gelaten op voetpaden en van 3,5 strekkende meter op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer.

  3. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen, uitstallingen, reclameborden, bouwmateriaal en bouwmaterieel.

  4. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid, onder a, b en d.

  5. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op:

    1. evenementen als bedoeld in artikel 2:24;

    2. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18; en

    3. terrassen als bedoeld in artikel 2:28;

    4. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.

  6. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

  7. Op de ontheffing bedoeld in het vierde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.