1. Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.

  2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

  3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening.

  4. Het verbod is eveneens niet van toepassing voor het gebruik van knalapparatuur ter voorkoming van schade aan vruchten en gewassen van bedrijfsmatig in gebruik zijnde gronden, indien wordt voldaan aan de algemene regels van hoofdstuk 6 van de door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde "Beleidsregels gebruik knalapparatuur ter voorkoming van schade aan vruchten en gewassen"