1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag houtopstanden te vellen of te doen vellen indien deze op:

    1. particulier terrein staan en op een hoogte van 1.30 meter een diameter hebben van 40 cm. of groter, dan wel een omtrek hebben van meer dan 1,25 meter, of

    2. particulier terrein staan en op een hoogte van 1.30 meter een kleinere diameter hebben dan 40 cm., dan wel een omtrek hebben van minder dan 1,25 meter welke zijn aangeplant in het kader van een herplant- of instandhoudingverplichting, of

    3. openbaar terrein staan en deze op een hoogte van 1.30 meter een diameter hebben van 20 cm. of groter dan wel een omtrek hebben van meer dan 60 cm.

  2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing, indien:

    1. het betreft wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit populieren of wilgen, tenzij deze zijn geknot;

    2. het betreft uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij:

      1. ten minste eens per tien jaar worden geoogst;

      2. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en

      3. zijn aangelegd na 1 januari 2013.

    3. de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen.

  3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt tevens niet voor:

    1. het vellen van dode houtopstand;

    2. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van regulier onderhoud;

    3. het periodiek knotten of kandelaberen als cultuurmaatregel bij daarvoor geschikte boomsoorten.