1. In deze afdeling wordt verstaan onder:

  2. de kust:

    • het strand;

    • de duinen, de dijken en andere gronden, voor zover deze direct grenzen aan openbaar water;

  3. waaronder begrepen het eiland Noorderhaaks of Razende Bol.

  4. drijvend voorwerp: een luchtbed, een luchtkussen, een opblaasbare band of enig ander voorwerp dat als drijfmiddel kan worden gebruikt, uitgezonderd drijfmiddelen die aan het lichaam van een persoon zijn aangebracht voor de veiligheid van die persoon.

  5. vaartuig: alle schepen en vaartuigen, inclusief vaartuigen van geringe afmetingen en zeer lichte constructie zoals catamarans, zeil- of surfplanken, kleine rubberboten en dergelijke;

  6. De bepalingen in deze afdeling zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Scheepvaartverkeerswet, de Binnenschepenwet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Wetboek van Strafrecht, de Waterwet, de provinciale vaarwegenverordening, de Telecommunicatiewet, de Havenverordening en alle op voornoemde wetten gebaseerde verordeningen en besluiten.