1. Het verbod in artikel 4:21 is niet van toepassing op:

  2. opschriften, aankondigingen, afbeeldingen, reclameobjecten of constructies die niet zichtbaar zijn vanaf een openbare weg of openbaar water;

  3. opschriften, aankondigingen, afbeeldingen of constructies in het belang van het openbaar verkeer;

  4. abri’s ten behoeve van het openbaar vervoer.

  5. Het verbod in artikel 4:21 is voorts niet van toepassing op opschriften, aankondigingen, afbeeldingen, reclameobjecten of constructies die:

  6. zijn aangebracht ter voldoening aan een wettelijke verplichting of op grond van een bij of krachtens enige wet toegekende bevoegdheid;

  7. betrekking hebben op de dienst die wordt verleend of het bedrijf of beroep dat wordt uitgeoefend op of in de zaak waaraan ze zijn bevestigd, mits niet meer dan één opschrift, aankondiging, afbeelding of object aan, op of in de zaak wordt aangebracht;

  8. aanbracht zijn op, aan of in een zaak en inhouden dat die zaak te koop, te huur of in pacht wordt aangeboden, mits:

  9. het aantal niet groter is dan twee per zaak; of

  10. het aantal niet groter is dan één per vijf hectaren, indien het een zaak betreft die groter is dan tien hectaren en die als één geheel te koop, te huur of in pacht wordt aangeboden;

  11. eigennamen weergegeven zonder verdere toevoeging, die zijn aanbracht op, aan of in de zaak waarop zij betrekking hebben en kennelijk geen commercieel belang dienen;

  12. van tijdelijke aard zijn en betrekking hebben op een te houden openbare wedstrijd, manifestatie of evenement, mits hiervoor toestemming is verleend bij of krachtens de vergunning op grond van artikel 2:25.

  13. Tenzij een wettelijk voorschrift anders bepaalt, dienen de opschriften, aankondigingen, afbeeldingen en reclameobjecten bedoeld in het tweede lid:

  14. een oppervlak te hebben van maximaal 0,5 vierkante meter;

  15. een afmeting te hebben van maximaal 1,5 meter in één richting;

  16. indien niet aangebracht aan een gebouw, inclusief constructie, zich met het hoogste punt niet hoger dan 1,5 meter boven het maaiveld te bevinden.

  17. Het verbod in artikel 4:21 is voorts niet van toepassing op opschriften, aankondigingen, afbeeldingen, reclameobjecten of constructies die:

  18. dienstaankondigingen bevatten van het openbaar vervoer, met inbegrip van daarop met uitdrukkelijke toestemming van het openbaar vervoerbedrijf aangebrachte reclame;

  19. dienen voor de aanduiding van door of vanwege de overheid beheerde openbare voorzieningen;

  20. dienen ter openbaring van gedachten of gevoelens in de zin van artikel 7 van de Grondwet, mits:

  21. het oppervlak niet groter is dan 1 vierkante meter, en

  22. het aantal niet meer dan twee per zaak bedraagt;

  23. van tijdelijke aard zijn en betrekking hebben op een werk in uitvoering van of namens de overheid, mits onmiddellijk bij het werk geplaatst en niet langer aanwezig dan uitvoering van het werk vereist;

  24. zich bevinden in het inwendige gedeelte van een gebouw, voor zover dit als winkel, toonzaal, hotel, café, restaurant, werkplaats of garage wordt gebruikt.