1. Het is degene die daartoe niet bevoegd is verboden om beheer- en onderhoudswerkzaamheden uit te voeren of uit te laten voeren aan bij de gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, plantsoenen, grasperken, wegbermen of waterlopen.

  2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien ingevolge de Wet Natuurbescherming.