1. Een paracommerciële rechtspersoon kan, onverminderd artikel 2:29, eerste lid, alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken tijdens en tot uiterlijk anderhalf uur na afloop van een activiteit die wordt uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de rechtspersoon.

  2. Een paracommerciële rechtspersoon verstrekt geen alcoholhoudende drank tijdens jeugdactiviteiten die gericht zijn op personen onder de 18 jaar.

  3. Een paracommerciële rechtspersoon verstrekt geen alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen welke niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn.

  4. Het in het derde lid gestelde verbod geldt niet voor het verstrekken van alcoholhoudende drank tijdens maximaal negen bijeenkomsten van persoonlijke aard per kalenderjaar binnen dorps- en gemeenschapscentra waarvoor een Alcoholwetvergunning is verleend.

  5. Een paracommerciële rechtspersoon als bedoeld in het vierde lid doet uiterlijk 3 dagen voor een bijeenkomst als bedoeld in het derde lid melding hiervan bij de burgemeester.

  6. Het is een paracommerciële rechtspersoon als bedoeld in het vierde lid verboden om de mogelijkheid van het houden van bijeenkomsten als bedoeld in het derde lid, openlijk aan te prijzen, hiermee te adverteren of hiervoor reclame te maken.