[vervallen]
Algemene plaatselijke verordening Smallingerland BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
HOOFDSTUK
AFDELING
- Artikel 2:41
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:44
- Artikel 2:44A
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
- Artikel 2:47a
- Artikel 2:48
- Artikel 2:48a
- Artikel 2:49
- Artikel 2:50
- Artikel 2:50a
- Artikel 2:51
- Artikel 2:52
- Artikel 2:53
- Artikel 2:54
- Artikel 2:55
- Artikel 2:56
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:60A
- Artikel 2:61
- Artikel 2:62
- Artikel 2:63
- Artikel 2:64
- Artikel 2:65
HOOFDSTUK
Artikel 1:2
Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.
Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verlengen.
Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.
Artikel 1:3
[vervallen]
Artikel 1:4
Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.
Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.
Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
Artikel 1:5
-
De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
Artikel 1:6
-
De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:
indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;
indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;
indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn;
indien de houder dit verzoekt.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
Artikel 1:7
De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.
Artikel 1:8
De vergunning of ontheffing kan door het bevoegde gezag of het bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:
de openbare orde;
de openbare veiligheid;
de volksgezondheid;
de bescherming van het milieu.
Artikel 1:9
[vervallen]
Artikel 1:10
[vervallen]
Artikel 1:11
Het college c.q. de burgemeester kan - ieder voor zover het de eigen bevoegdheid betreft - nadere regels vaststellen voor daarbij aan te wijzen categorieën activiteiten.
In afwijking van het bepaalde in deze verordening is geen vergunning vereist voor een activiteit, die voldoet aan de daarvoor vastgestelde nadere regels, mits:
het voornemen tot het houden van de activiteit schriftelijk bij het bevoegde bestuursorgaan is gemeld en
het bevoegde bestuursorgaan binnen twee weken na de dag waarop de melding is ontvangen de melding heeft geaccepteerd, dan wel deze termijn ongebruikt heeft laten verstrijken.