Exploitatievergunning horecabedrijf

  1. Het is verboden een horecabedrijf en terras te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

  2. De burgemeester weigert de vergunning of trekt deze in indien:

    1. de vestiging of exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met een geldend omgevingsplan of voorbereidingsbesluit;

    2. er voor de exploitatie van het horecabedrijf tevens een vergunning is vereist op grond van de Alcoholwet en deze vergunning is geweigerd dan wel is ingetrokken;

    3. de exploitant in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

    4. de exploitant niet de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt;

    5. de exploitant onder curatele is gesteld;

  3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 en artikel 1:8, kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren of intrekken, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat:

    1. de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed of

    2. er sprake is van een of meerdere situaties zoals bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

  4. Onverminderd het bepaalde in de leden 2 en 3 kan de burgemeester de vergunning voor het terras weigeren indien het beoogde gebruik:

    • schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het veilig en doelmatig gebruik ervan;

    • een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg.

  5. Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin het horecabedrijf is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van het horecabedrijf en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie.

  6. Het eerste lid geldt niet voor een horecabedrijf die zich bevindt in een:

    1. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de horeca een nevenactiviteit is van de winkelactiviteit;

    2. zorginstelling;

    3. museum;

    4. bedrijfskantine of -restaurant; of

    5. bed & breakfast, waarbij het aanbod zich beperkt tot maximaal vier slaapplaatsen verdeeld over maximaal twee kamers.

  7. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.