-
Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie:
artikel 2:1, lid 2;
artikel 2:26
artikel 2:31
artikel 2:34b en c;
artikel 2:44
artikel 2:47 tot en met 2:52;
artikel 2:62;
artikel 3:3;
artikel 3:12 tot en met 3:22;
artikel 4:6.
-
Overtreding van het bij of krachtens andere dan de in het eerste lid genoemde artikelen en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.
-
In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10 en 2:11 als sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit, artikel 2:12 eerste lid en 4:11, eerste lid.
-
In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete als bedoeld in artikel 64, eerste lid van de Wet veiligheidsregio’s.
Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Rozendaal BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
- Artikel 2:1
- Artikel 2:3
- Artikel 2:4
- Artikel 2:6
- Artikel 2:8
- Artikel 2:9
- Artikel 2:10
- Artikel 2:11
- Artikel 2:12
- Artikel 2:15
- Artikel 2:16
- Artikel 2:18
- Artikel 2:21
- Artikel 2:22
- Artikel 2:23
- Artikel 2:24
- Artikel 2:25
- Artikel 2:26
- Artikel 2:27
- Artikel 2:28
- Artikel 2:29
- Artikel 2:30
- Artikel 2:31
- Artikel 2:32
- Artikel 2:33
- Artikel 2:34a
- Artikel 2:34b
- Artikel 2:34c
- Artikel 2:35
- Artikel 2:36
- Artikel 2:37
- Artikel 2:38
- Artikel 2:39
- Artikel 2:39a
- Artikel 2.40
- Artikel 2:41
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:44
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
- Artikel 2:48
- Artikel 2:48a
- Artikel 2:49
- Artikel 2:50
- Artikel 2:50a
- Artikel 2:51
- Artikel 2:52
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:60
- Artikel 2:62
- Artikel 2:64
- Artikel 2:65
- Artikel 2:66
- Artikel 2:67
- Artikel 2:68
- Artikel 2:70
- Artikel 2:71
- Artikel 2:72
- Artikel 2:73
- Artikel 2:74
- Artikel 2:74a
- Artikel 2:75
- Artikel 2:76
- Artikel 2:77
- Artikel 2:78
- Artikel 2:79
- Artikel 2:80
- Artikel 2:81
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
- Artikel 5:2
- Artikel 5:3
- Artikel 5:4
- Artikel 5:5
- Artikel 5:6
- Artikel 5:7
- Artikel 5:8
- Artikel 5:9
- Artikel 5:10
- Artikel 5:11
- Artikel 5:12
- Artikel 5:13
- Artikel 5:14
- Artikel 5:15
- Artikel 5:16
- Artikel 5:17
- Artikel 5:18
- Artikel 5:19
- Artikel 5:20
- Artikel 5:21
- Artikel 5:22
- Artikel 5:23
- Artikel 5:24
- Artikel 5:28
- Artikel 5:30
- Artikel 5:32
- Artikel 5:33
- Artikel 5:34
- Artikel 5:35
- Artikel 5:36
- Artikel 5:37
- Artikel 5:38
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen
Hoofdstuk
Artikel 6:2
Toezichthouders
-
Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen.
-
Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen belasten met dit toezicht.
-
Onverminderd het eerste lid zijn de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften.
Artikel 6:3
Binnentreden woningen
Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.
Artikel 6:4
Intrekking oude verordening
De Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Rozendaal 2021 wordt ingetrokken.
Artikel 6:5
Overgangsbepaling
Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.
Artikel 6:6
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking:
tegelijk met de Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) in werking.
In afwijking van het eerste lid treedt artikel 3:7, eerste lid, onder h van deze verordening in werking op de dag direct voorafgaand aan de dag waarop de Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) in werking treedt.
Tevens in afwijking van het eerste lid treden de artikelen 2:48a, 2:50a, 2:71, 2:74a, 2:78, 2:80 en 2:81, van deze verordening in werking op de achtste dag na die van bekendmaking.
Artikel 6:7
Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening voor Rozendaal 2024.