1. Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie:

    • artikel 2:1, lid 2;

    • artikel 2:26

    • artikel 2:31

    • artikel 2:34b en c;

    • artikel 2:44

    • artikel 2:47 tot en met 2:52;

    • artikel 2:62;

    • artikel 3:3;

    • artikel 3:12 tot en met 3:22;

    • artikel 4:6.

  2. Overtreding van het bij of krachtens andere dan de in het eerste lid genoemde artikelen en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.

  3. In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10 en 2:11 als sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit, artikel 2:12 eerste lid en 4:11, eerste lid.

  4. In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete als bedoeld in artikel 64, eerste lid van de Wet veiligheidsregio’s.