1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag te vellen of te doen vellen:

    • houtopstanden die staan vermeld op een door het college vastgestelde lijst van monumentale en bijzondere bomen;

    • houtopstand niet zijnde hakhout of bomen in bosverband, met een grotere doorsnede dan 40 centimeter, gemeten met schors op 1,30 meter boven het maaiveld, waarbij voor de boomsoorten valse acacia, beuk, eik, hulst, kastanje, linde en venijnboom (taxus) een diameter geldt van 20 cm;

    • hakhout of bomen in bosverband, met een grotere doorsnede dan 10 centimeter, gemeten met schors op 1,30 meter boven het maaiveld, en met een oppervlakte van meer dan 100 vierkante meter.

  2. In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd op grond van:

    1. de natuurwaarde van de houtopstand;

    2. de landschappelijke waarde van de houtopstand;

    3. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;

    4. de beeldbepalende waarde van de houtopstand;

    5. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;

    6. de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.

  3. Het eerste lid is niet van toepassing als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen.

  4. Het college kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften.