1. Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn.

  2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, of de provinciale omgevingsverordening.