1. De handelaar die overeenkomstig artikel 437 ter, tweede lid van het Wetboek van Strafrecht aan de burgemeester of een door de burgemeester aangewezen ambtenaar mededeling doet dat hij van het opkopen zijn beroep of gewoonte maakt, doet tevens mededeling van zijn woonadres en het adres van elke ruimte die hij voor de uitoefening van zijn onderneming gebruikt en levert een pasfoto van zichzelf in.

  2. De handelaar doet aan de in het eerste lid bedoelde ambtenaar zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen veertien dagen mededeling van een verandering in zijn woonadres of het adres van een ruimte die hij voor de uitoefening van zijn onderneming gebruikt.

  3. De handelaar heeft aan de hoofdingang van de ruimte waar zijn onderneming is gevestigd een kenteken waarop de naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn aangebracht.

  4. De handelaar die een zaak kan verwerven waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat deze van misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan, stelt hiervan onmiddellijk de in het eerste lid bedoelde ambtenaar of de chef van het dichtstbijzijnde wijkteam van de politie in kennis.

  5. De handelaar die ophoudt van het opkopen een beroep of gewoonte te maken, doet hiervan aan de in het eerste lid bedoelde ambtenaar hiervan zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen veertien dagen mededeling.