1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.

  2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van de Opiumwet.

  3. De burgemeester kan in het geval van bijzondere omstandigheden krachtens de artikel 2:29 geldende tijden van geopend zijn verruimen, met dien verstande dat wat festiviteiten van afzonderlijke openbare inrichtingen betreft, een maximum geldt van zes maal per openbare inrichting.