Algemene plaatselijke verordening Ooststellingwerf 2025 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 16-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen tegen overlast en baldadigheid
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Consumentenvuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Hoofdstuk

Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente

Artikel 4:2

Aanwijzing collectieve festiviteiten

  1. De geluidsnormen bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.

  2. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.

  3. In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer delen van de gemeente.

  4. Het college maakt de aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend.

  5. Als een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, kan het college een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid van dit artikel aanwijzen.

  6. Het college kan voor aangewezen collectieve festiviteiten nadere regels stellen om geluid- en lichthinder te voorkomen.

  7. De geluidsnorm bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten.

  8. Op de dagen, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, dient het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm, als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer uiterlijk te worden beëindigd op het gebruikelijke sluitingsuur van de desbetreffende inrichting.

Artikel 4:3

Toestemming incidentele festiviteiten

  1. Het is een inrichting toegestaan op maximaal twaalf dagen of dagdelen per jaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit melding heeft gedaan aan het college.

  2. Het is een inrichting toegestaan om in verband met de viering van incidentele festiviteiten de verlichting langer aan te houden ten behoeve van activiteiten waarbij artikel 3:148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit melding heeft gedaan aan het college.

  3. De incidentele festiviteit als bedoeld in de leden 1 en 2 van dit artikel kan worden gehouden als het college niet binnen twee weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de incidentele festiviteit wordt verboden.

  4. Het college kan voor incidentele festiviteiten nadere regels stellen.

Artikel 4:6

Artikel 4:6 Overige geluidhinder

  1. Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.

  2. Het college kan van het verbod als bedoeld in het eerste lid van dit artikel ontheffing verlenen.

  3. Het verbod als bedoeld in het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing als de activiteit bij of krachtens de Omgevingswet is toegelaten, of sprake is van een situatie waarin wordt voorzien bij of krachtens de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening.

  4. Op de aanvraag om een ontheffing als bedoeld in het tweede lid van dit artikel is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 4:6a

Mosquito

  1. In dit artikel wordt onder een mosquito verstaan: een apparaat dat een slechts voor jongeren hoorbare, hinderlijke hoge pieptoon produceert, met als doel groepen jongeren weg te houden van plaatsen waar zij overlast veroorzaken.

  2. In afwijking van het bepaalde in artikel 4:6 kan de burgemeester in het belang van de openbare orde besluiten op een openbare plaats een mosquito aan te brengen bij gebleken ernstige overlast door jongeren op die plaats.

  3. De aanwezigheid van een mosquito wordt duidelijk kenbaar gemaakt op de plaats waar deze is aangebracht.

  4. Een mosquito is alleen in werking op die tijdstippen dat overlast redelijkerwijs valt te verwachten.

  5. Een mosquito wordt aangebracht voor een periode van ten hoogste 12 maanden. De burgemeester kan die periode telkens met een periode van ten hoogste 12 maanden verlengen.

Artikel 4:6b

Geluidhinder dieren

Degene die buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer de zorg heeft voor een dier dient te voorkomen dat dit voor een omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder veroorzaakt.

Artikel 4:8

Natuurlijke behoefte doen

Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.

Artikel 4:9

Toestand van sloten en andere wateren, niet openbare riolen en putten buiten gebouwen

Sloten en andere wateren, niet openbare riolen en putten, buiten gebouwen, mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.

Artikel 4:10

Definities

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  1. afzetten: het afzagen van een stam, met het oogmerk dat de houtopstand zich weer herstelt;

  2. (niet opgenomen)

  3. houtopstand: een houtachtig, overblijvend gewas, zowel levend als afgestorven;

  4. dunnen: het volledig verwijderen van bomen om de overblijvende bomen meer ruimte te geven;

  5. onderhoud: velling, welke uitsluitend als een verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende bomen moet worden beschouwd;

  6. rooien: bomen met wortelkluit uit de grond halen;

  7. (niet opgenomen)

  8. vellen: rooien, afzetten, dunnen, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van de houtopstand ten gevolge (kunnen) hebben;

  9. (niet opgenomen)

  10. stamomtrek: de omtrek van een stam op 1,3 meter boven maaiveldhoogte, waarbij in geval van meerstammigheid de diameter van de dikste stam geldt;

  11. Bomen Effect Analyse: standaard beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor een houtopstand, op basis van landelijke richtlijnen van de Bomenstichting.

Artikel 4:11

Kapverbod

  1. Het is verboden zonder vergunning van het college een houtopstand te vellen of te doen vellen als deze:

    1. een leeftijd van minimaal 80 jaar heeft; of

    2. voor een wilg of populier een stamomtrek van minimaal 320 centimeter of voor overige soorten een stamomtrek van 160 centimeter heeft; of

    3. is geplant ter gelegenheid van een bijzondere gebeurtenis; of

    4. geregistreerd is in het Landelijk Register van Monumentale Bomen van de Bomenstichting; of

    5. is aangelegd op basis van een herplant- en instandhoudingsplicht op grond van artikel 4:11b of artikel 4:11c van deze verordening; of

    6. is aangelegd op grond van een overeenkomst met publiekrechtelijk bestuursorgaan.

  2. (niet opgenomen)

  3. De vergunning kan, naast het bepaalde in artikel 1:8 van deze verordening, worden geweigerd op grond van:

    1. de natuurwaarde van de houtopstand; of

    2. de landschappelijke waarde van de houtopstand; of

    3. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon; of

    4. de beeldbepalende waarde van de houtopstand; of

    5. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; of

    6. de waarde van de houtopstand voor de leefbaarheid; of

    7. de dendrologische waarde van de houtopstand.

  4. Het verbod als bedoeld in het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing:

    1. als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen; en

    2. op het noodzakelijke periodieke onderhoud als beheermaatregel.

  5. Op de aanvraag van de vergunning als bedoeld in het eerste lid van dit artikel is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 4:11a

Schorsende werking

Van de vergunning kan geen gebruik worden gemaakt voordat zij onherroepelijk is geworden.

Artikel 4:11b

Bijzondere vergunningsvoorschriften

  1. Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het college te geven aanwijzingen moet worden herbeplant.

  2. Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid van dit artikel gegeven, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet-gedijende beplanting moet worden vervangen.

  3. Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat pas tot vellen van de houtopstand op en bij bouw- en aanlegwerken of andere ruimtelijke herinrichting of reconstructie mag worden overgegaan indien andere ontheffingen, vergunningen, toestemmingen of ruimtelijke ordeningsprocedures onherroepelijk geworden zijn en de feitelijke en financiële voortgang van de werken voldoende gewaarborgd is.

  4. Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift tot het overleggen van een Bomen Effect Analyse in geval van bouw of aanleg van werken nabij te behouden bomen.

Artikel 4:11c

Herplant-/instandhoudingsplicht

  1. Als een houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het college is geveld dan wel op andere wijze tenietgegaan, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop de houtopstand zich bevond dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herplanten overeenkomstig de door het college gegeven aanwijzingen binnen een gestelde termijn.

  2. Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid van dit artikel opgelegd, dan kan daarbij worden bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet-gedijende beplanting moet worden vervangen.

  3. Als een houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, ernstig in het voortbestaan wordt bedreigd, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop de houtopstand zich bevindt dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om:

    1. overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen en binnen een door hem te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen;

    2. een Bomen Effect Analyse op te stellen en aan te bieden aan het college.

Artikel 4:11d

Verval van rechtswege

  1. De vergunning vervalt wanneer daarvan niet binnen maximaal één jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning gebruik is gemaakt, tenzij in de vergunning anders is bepaald.

  2. De termijn van het eerste lid van dit artikel is eveneens van toepassing bij een vergunning voor het vellen van meer dan één houtopstand, ook als in fasen geveld wordt of één of enkele houtopstanden al geveld zijn.

Artikel 4:11e

Bestrijding van boomziekten

  1. Wanneer een houtopstand naar het oordeel van het college gevaar oplevert van verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van de ziekteverspreiders zoals insecten, is de rechthebbende verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen termijn:

    1. de houtopstand te vellen;

    2. conform richtlijnen van de gemeente de gevelde houtopstand direct zodanig te behandelen dat verspreiding van de boomziekte wordt voorkomen.

  2. Het is verboden gevelde houtopstand voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren indien dit naar het oordeel van het college gevaar oplevert van verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van de ziekteverspreiders zoals insecten.

Artikel 4:

12 Afstand van de erfgrenslijn

De afstand als bedoeld in artikel 5: 42 Burgerlijk Wetboek bedraagt nihil voor bomen, heggen en heesters.

Artikel 4:13

Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke

  1. In het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, kan het college plaatsen aanwijzen die buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg zijn gelegen, waar het verboden is de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:

    1. onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;

    2. bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;

    3. kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 van deze verordening, of onderdelen daarvan, als het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; of

    4. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.

  2. Het college kan bij de aanwijzing als bedoeld in het eerste lid van dit artikel nadere regels stellen.

  3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening.

Artikel 4:14

Stankoverlast door het gebruik van meststoffen (gereserveerd)

Artikel 4:1

Verbod hinderlijke, gevaarlijke of ontsierende reclame

  1. Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht, ernstige hinder ontstaat voor de omgeving of niet wordt voldaan aan redelijke eisen van welstand.

  2. Het verbod als bedoeld in het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing in gevallen waarin een omgevingsvergunning is verleend en het gevaar en de hinder zijn betrokken bij de afweging.

Artikel 4:16

Vergunningplicht lichtreclame

  1. Het is verboden zonder vergunning van het college op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook die vanaf de weg zichtbaar is.

  2. Het verbod geldt niet voor onverlichte:

    1. opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het inwendige gedeelte van een onroerende zaak, die kennelijk niet gericht zijn op zichtbaarheid vanaf de weg;

    2. opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken daartoe aangewezen door de overheid;

    3. opschriften of aankondigingen kleiner dan 0,50 m² en de langste zijde korter dan 1 meter die betrekking hebben op:

      • een openbare verkoping of aanbieding ter verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende zaak, zulks voor zolang zij een feitelijke betekenis hebben;

      • het beroep, de dienst of het bedrijf dat in of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is bestemd;

    4. opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken dienstbaar aan het openbare vervoer, indien deze zijn aangebracht ten dienste van dat vervoer.

  3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan een vergunning als bedoeld in het eerste lid worden geweigerd:

    1. indien de handelsreclame, op zichzelf of in verband met de omgeving niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand;

    2. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak;

    3. in het belang van de verkeersveiligheid.

  4. Op de aanvraag van de vergunning als bedoeld in het eerste lid van dit artikel is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 4:17

Definitie

In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.

Artikel 4:18

Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen

  1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de beheersverordening of het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd.

  2. Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.

  3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid.

  4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 van deze verordening kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van:

    1. de bescherming van natuur en landschap;

    2. de bescherming van een dorps- of stadsgezicht.

  5. Op de aanvraag om een ontheffing als bedoeld in het derde lid van dit artikel is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 4:19

Aanwijzing kampeerplaatsen

  1. Het verbod van artikel 4:18, eerste lid, van deze verordening is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.

  2. Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van de gronden, genoemd in artikel 4:18, vierde lid van deze verordening.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening Ooststellingwerf 2025