1. Het is verboden zonder vergunning van het college een houtopstand te vellen of te doen vellen als deze:

    1. een leeftijd van minimaal 80 jaar heeft; of

    2. voor een wilg of populier een stamomtrek van minimaal 320 centimeter of voor overige soorten een stamomtrek van 160 centimeter heeft; of

    3. is geplant ter gelegenheid van een bijzondere gebeurtenis; of

    4. geregistreerd is in het Landelijk Register van Monumentale Bomen van de Bomenstichting; of

    5. is aangelegd op basis van een herplant- en instandhoudingsplicht op grond van artikel 4:11b of artikel 4:11c van deze verordening; of

    6. is aangelegd op grond van een overeenkomst met publiekrechtelijk bestuursorgaan.

  2. (niet opgenomen)

  3. De vergunning kan, naast het bepaalde in artikel 1:8 van deze verordening, worden geweigerd op grond van:

    1. de natuurwaarde van de houtopstand; of

    2. de landschappelijke waarde van de houtopstand; of

    3. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon; of

    4. de beeldbepalende waarde van de houtopstand; of

    5. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; of

    6. de waarde van de houtopstand voor de leefbaarheid; of

    7. de dendrologische waarde van de houtopstand.

  4. Het verbod als bedoeld in het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing:

    1. als de burgemeester toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een direct gevaar voor personen of goederen; en

    2. op het noodzakelijke periodieke onderhoud als beheermaatregel.

  5. Op de aanvraag van de vergunning als bedoeld in het eerste lid van dit artikel is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.