1. De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet voor:

    1. Koningsdag (27 april);

    2. door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.

  2. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.

  3. In een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid onder b en het tweede lid, kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer delen van de gemeente.

  4. Het college maakt de aanwijzing als bedoeld in het eerste lid onder b en het tweede lid ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend.

  5. Als een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, kan het college een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen.

  6. Tijdens de op grond van het eerste lid aangewezen dagen en dagdelen, mag het geluidsniveau, veroorzaakt door een inrichting de normen die zijn opgenomen in de volgende tabel, niet overschrijden:

    De geluidnormen als bedoeld in het zesde lid zijn inclusief onversterkte muziek en nog zonder toepassing van de 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten.

  7. De geluidwaarde, bedoeld in het zevende lid, geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte.