1. Het is verboden een kamerverhuurbedrijf te exploiteren op door het college aangewezen plaatsen en zonder dat (hij) het college daarvoor een vergunning heeft verleend.

  2. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de vergunningaanvraag.

  3. Het college weigert de vergunning:

    1. als naar zijn oordeel de woon- of leefsituatie in de omgeving van het kamerverhuurbedrijf op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;

    2. als de exploitatie van een kamerverhuurbedrijf in strijd is met het omgevingsplan.

  4. Geen vergunning is vereist:

    1. voor woonruimten die deel uitmaken van een wooncomplex voor senioren of van een instelling voor verpleging en verzorging of daarmee naar hun aard gelijk te stellen woonvormen, indien deze worden gebruikt overeenkomstig hun specifieke doel en functie.

    2. Voor maximaal twee onzelfstandige woonruimten die deel uitmaken van een woning waarvan :

      • de verhuurder voor 100% economisch en juridisch eigenaar is; en

      • de verhuurder zelf in de woning woont en op het adres van de woning staat ingeschreven; en

      • de verhuurder minimaal 50% van de beschikbare oppervlakte van de woning zelf voor zijn huishouden in gebruik heeft; en

      • voorzieningen zoals een keuken, badkamer en toilet worden gedeeld; en

      • elk van de onzelfstandige woonruimte wordt bewoond door maximaal één persoon.

  5. Op de vergunning als bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.