In aanvulling op het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning intrekken, wijzigen of schorsen als:
de exploitant en/of leidinggevenden het bij of krachtens de bepalingen van deze afdeling overtreden;
de exploitant en /of leidinggevende van de openbare inrichting niet meer voldoet aan de in artikel 2:28d gestelde eisen.
aannemelijk is dat de exploitant en/of leidinggevenden betrokken zijn, of hun ernstige nalatigheid kan worden verweten, bij activiteiten in of vanuit de openbare inrichting die een gevaar opleveren voor de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid en/of een bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting;
de exploitant en/of leidinggevenden strafbare feiten plegen in de openbare inrichting dan wel toestaan of gedogen dat in de openbare inrichting strafbare feiten worden gepleegd;
de exploitant en/of leidinggevenden zich schuldig maken aan discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of welke grond dan ook;
zich in of vanuit de openbare inrichting feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het (ongewijzigd) geopend blijven van de openbare inrichting gevaar oplevert voor de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid en/of een bedreiging vormt voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting.
een vergunninghouder in een periode van twee jaar ten minste drie maal op grond van artikel 2:28f, eerste lid van deze verordening om bijschrijving van een persoon op het aanhangsel bij de vergunning heeft verzocht en de burgemeester die wijziging van het aanhangsel ten minste driemaal heeft geweigerd op grond van artikel 2:28f, derde lid van deze verordening.