Algemene Plaatselijke Verordening 2024 (APV) BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit Alcoholwet
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op campings en recreatieparken
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Afdeling Bestrijding van heling van goederen
Afdeling Vuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Afdeling Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemingsklimaat
Afdeling Toezicht op smartshops, headshops, growshops, belshops / belwinkels en internetcafés
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen

Afdeling

Toezicht op smartshops, headshops, growshops, belshops / belwinkels en internetcafés

Artikel 2:80b

Definities

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  1. smartshop: een winkel waarin de hoofdactiviteit of één van de activiteiten wordt gevormd door detailhandel in psychotrope stoffen;

  2. headshop: een winkel waarin de hoofdactiviteit of één van de activiteiten wordt gevormd door detailhandel in attributen die samenhangen met het gebruik van softdrugs, zoals pijpjes en vloeitjes;

  3. belshop of belwinkel: inrichting waarin de hoofdactiviteit of één van de activiteiten wordt gevormd door aan derden gelegenheid te bieden tot elektronisch berichtenverkeer, (internationaal) telefoonverkeer, dan wel tot aanverwante diensten;

  4. internetcafé: inrichting waarin de hoofdactiviteit of één van de activiteiten wordt gevormd door aan derden gelegenheid te bieden tot elektronisch berichtenverkeer dan wel tot aanverwante diensten;

  5. inrichting: een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet handelingen en/of werkzaamheden worden verricht die zijn aan te merken als het exploiteren van een smartshop, headshop, belshop/ belwinkel of internetcafé;

  6. exploitant: de natuurlijke (rechts)persoon of (rechts)personen voor wiens rekening en risico de inrichting wordt geëxploiteerd en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of -personen bevoegde natuurlijke personen;

  7. leidinggevende: de exploitant alsmede andere natuurlijke personen die algemene of onmiddellijke leiding geven aan een inrichting.

Artikel 2:80c

Maximumstelsel

  1. Vergunning kan worden verleend voor een beperkt aantal inrichtingen, waarbij het maximum wordt bepaald door het aantal smartshops, of headshops of belshops/-winkels of internetcafés of inrichtingen, dat op het moment van inwerkingtreding van deze verordening daadwerkelijk wordt geëxploiteerd.

  2. Indien de exploitatie van een inrichting, al dan niet gedwongen, wordt beëindigd, neemt het in het eerste lid genoemde maximum dienovereenkomstig af.

Artikel 2:80d

Vergunningplicht

  1. Het is verboden een inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

  2. De aanvraag voor de vergunning dient te geschieden met een door de burgemeester vastgesteld formulier.

  3. De vergunning kan uitsluitend aangevraagd worden door en wordt uitsluitend verleend aan de exploitant, is persoonsgebonden kan niet worden overgedragen.

  4. De burgemeester beschikt binnen 13 weken op een vergunningaanvraag.

Artikel 2:80e

Gedragseisen

  1. De exploitant van een inrichting moet voldoen aan de bij of krachtens artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a en b en derde lid van de Alcoholwet leidinggevende gestelde eisen.

  2. Het is verboden een inrichting te exploiteren indien door de exploitant niet of niet langer wordt voldaan aan de bij of krachtens artikel 8, tweede lid aanhef en onder a en b en derde lid van de Alcoholwet aan leidinggevenden gestelde eisen.

Artikel 2:80f

Aanwezigheid leidinggevende

Het is verboden de inrichting geopend te hebben zonder dat een op de vergunning vermelde leidinggevende aanwezig is.

Artikel 2:80g

Weigering vergunning

De vergunning geweigerd indien:

  1. de exploitant de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt;

  2. de exploitant binnen drie jaar voor de aanvraag een inrichting heeft geëxploiteerd of daar leiding aan heeft gegeven die op grond van (ernstige vrees voor) verstoring van de openbare orde, dan wel op grond van artikel 13b van de Opiumwet, gesloten is geweest of dan wel waarvoor een vergunning om die reden is ingetrokken;

  3. de exploitant geen verklaring omtrent gedrag overlegt die niet eerder dan drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven;

  4. de vestiging of exploitatie strijd oplevert met het ter plaatse geldende Omgevingsplan;

  5. naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen dat het woon- en leefklimaat in de omgeving van de inrichting en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de inrichting;

  6. indien de inrichting gevestigd is binnen een straal van 250 meter van een school of jongerencentrum.

Artikel 2:80h

Weigering vergunning

De exploitant dient een wijzigingsaanvraag in te dienen bij een verandering van omstandigheden waardoor de verstrekte vergunning niet meer toereikend is.

Artikel 2:80i

Intrekking vergunning

Onverminderd het bepaalde in artikel 1.6 wordt de vergunning ingetrokken indien:

  1. de exploitant of andere leidinggevenden niet of niet langer voldoen aan de in deze verordening gestelde eisen;

  2. dit anderszins noodzakelijk is in het belang van de openbare orde, de aantasting van het wonen leefklimaat daaronder inbegrepen.

Artikel 2:80j

Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting

De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in geval van bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, voor één of meer inrichtingen, tijdelijk andere dan de voor de betreffende inrichtingen geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijke sluiting bevelen.

Artikel 2:80k

Aanwezigheid in gesloten inrichting

  1. Het is verboden gedurende de tijd dat een inrichting als gevolg van de reguliere sluitingstijden, of krachtens een op grond van artikel 2:80j genomen besluit voor bezoekers gesloten dient te zijn zich als bezoeker daarin te bevinden.

  2. Het is de exploitant verboden gedurende de tijd dat een inrichting als gevolg van de reguliere sluitingstijden, of krachtens een op grond van artikel 2:80j genomen besluit voor bezoekers gesloten dient te zijn, de inrichting voor bezoekers geopend te hebben of daarin één of meer bezoekers toe te laten of te laten verblijven.

Artikel 2:80l

Sluiting

De burgemeester kan - onverminderd het bepaalde in de Opiumwet - een inrichting, al dan niet voor een bepaalde termijn, gesloten verklaren indien:

  1. de exploitant handelt in strijd met het bepaalde in de artikelen 2:80d en 2:80e;

  2. de exploitant handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;

  3. dit anderszins noodzakelijk is in het belang van de openbare orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat daaronder inbegrepen.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening 2024 (APV)