1. De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.

  2. De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid ook voor andere voor een ieder toegankelijke plaatsen.

  3. De burgemeester heeft de bevoegdheid om, indien de veiligheidssituatie daarom vraagt, de ingezette camera’s flexibel in te zetten en daarmee, binnen het vastgestelde gebied, de exacte locatie te veranderen.