-
Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.
-
Het is verboden op een openbare plaats, openbaar water of in een voor een publiek toegankelijk gebouw of vaartuig een voorwerp of stof bij zich te hebben, te dragen of te vervoeren waarvan aannemelijk is dat deze is meegebracht of aanwezig is om de openbare orde of veiligheid te verstoren.
-
Degene die op een openbare plaats:
aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;
aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of
zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;
is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.
-
Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.
-
De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid.
-
Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.
Algemene Plaatselijke Verordening 2024 (APV) BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit Alcoholwet
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op campings en recreatieparken
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
- Artikel 2:41
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:44
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
- Artikel 2:47a
- Artikel 2:47b
- Artikel 2:48
- Artikel 2:48a
- Artikel 2:48b
- Artikel 2:49
- Artikel 2:49a
- Artikel 2:50
- Artikel 2:50a
- Artikel 2:51
- Artikel 2:52
- Artikel 2:53
- Artikel 2:54
- Artikel 2:55
- Artikel 2:56
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:59a
- Artikel 2:60
- Artikel 2:61
- Artikel 2:62
- Artikel 2:63
- Artikel 2:64
- Artikel 2:65
- Artikel 2:65a
Afdeling Bestrijding van heling van goederen
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Afdeling Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemingsklimaat
Afdeling Toezicht op smartshops, headshops, growshops, belshops / belwinkels en internetcafés
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen
Hoofdstuk
Artikel 2:2
(Vervallen)
Artikel 2:3
Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen
-
Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 48 uren voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.
-
De kennisgeving bevat:
naam en adres van degene die de betoging houdt;
het doel van de betoging;
de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging;
de plaats en, voor zover van toepassing, de route;
voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en
maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen.
-
Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.
-
Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur.
-
De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.
-
De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het eerste lid, genoemde termijn verkorten en een mondelinge kennisgeving in behandeling nemen.
Artikel 2:4
(Vervallen)
Artikel 2:5
(Vervallen)
Artikel 2:6
Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen
-
Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen.
-
Het college kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren.
-
Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen.
-
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
Artikel 2:7
(Vervallen)
Artikel 2:8
(Vervallen)
Artikel 2:9
Vertoningen op openbare plaatsen
-
Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatmuzikant, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu aangewezen openbare plaatsen.
-
De burgemeester kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren.
-
De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.
Artikel 2:10
Voorwerpen op of aan de weg of openbare plaats
-
Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik:
schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of
niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.
-
Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang van 1,20 strekkende meter wordt gelaten op voetpaden en van 3,50 strekkende meter op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer.
-
Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen en reclameborden.
-
Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod.
-
Het verbod is niet van toepassing op:
evenementen als bedoeld in artikel 2:24;
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17;
overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.
Het plaatsen van materiaal voor bouwactiviteiten in de openbare ruimte, waarbij die bouwactiviteiten minder dan twee weken duren en het te plaatsen materiaal minder dan 6m² van de openbare ruimte in beslag neemt.
-
De in het vijfde lid onder sub d. bedoelde activiteiten dienen uiterlijk vier weken voor de datum dat de materialen worden geplaatst te worden gemeld bij het college.
-
Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 2:11
(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
-
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.
-
Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.
-
Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.
Artikel 2:12
Maken of veranderen van een uitweg
-
Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag:
een uitweg te maken naar de weg;
van de weg gebruikt e maken voor het hebben van een uitweg;
veranderingen te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
-
Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd in het belang van:
de bruikbaarheid van de weg;
het veilig en doelmatig gebruik van de weg;
de bescherming van het uiterlijk van de omgeving;
de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente
-
Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening.
Artikel 2:13
(Vervallen)
Artikel 2:14
(Vervallen)
Artikel 2:15
Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp
Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat.
Artikel 2:16
(Vervallen)
Artikel 2:17
(Vervallen)
Artikel 2:18
Rookverbod in bossen en natuurterreinen
-
In dit artikel wordt onder natuurbrandthermometer verstaan de thermometer zoals die door de brandweer Midden- en West-Brabant gebruikt wordt voor het aangeven van risico’s op bosbranden. De thermometer is te raadplegen op de website https://www.natuurbrandrisico.nl/.
-
Het is verboden te roken in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan gedurende een door het college aangewezen periode indien de natuurbrandthermometer de fase ‘extra alert’ aangeeft.
-
Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden of binnen een afstand van honderd meter daarvan, voorzover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen.
-
Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet voorzover in her daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van Strafrecht.
-
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voorzover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.
Artikel 2:19
Schrikdraad, puntdraad of andere scherpe voorwerpen
-
Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of (brom)fietsers bestempelde deel van de weg op enigerlei wijze prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen lager dan 2,2 meter boven dat gedeelte van de weg.
-
Het verbod geldt niet voor prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe voorwerpen, die op grotere afstand dan 0,25 m uit de uiterste boord van de weg, op van de weg af gerichte delen van een afscheiding zijn aangebracht.
-
Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 2:20
(Vervallen)
Artikel 2:21
Voorzieningen voor verkeer en verlichting
-
De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.
-
Het college maakt van tevoren aan de rechthebbend als bedoeld in het eerste lid zijn besluit bekend over te gaan tot het doen aanbrengen of wijzigen van een voorwerp, bord of voorziening als bedoeld in het eerste lid.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.
Artikel 2:22
(Vervallen)
Artikel 2:23
(Vervallen)
Artikel 2:24
Definities
-
In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:
bioscoop- en theatervoorstellingen;
markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet en artikel 5:22;
kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;
het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen;
betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;
activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:9 en 2:39;
sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f.
-
Onder evenement wordt mede verstaan:
een herdenkingsplechtigheid;
een braderie;
een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3;
een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;
een straatfeest of buurtbarbecue;
een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s.
-
In deze afdeling wordt onder klein evenement verstaan een eendaags evenement waarbij:
het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 300 personen;
de activiteiten plaatsvinden tussen 06.00 uur en 24.00 uur;
geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 23.00 uur, dan wel in dit tijdsbestek het maximaal toelaatbare geluidsniveau van 70 dB(A) op de gevels van omringende woningen niet wordt overschreden;
de activiteiten niet plaatsvinden op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten; en
slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 20 vierkante meter.
Artikel 2:25
Evenementenvergunning
-
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.
-
De burgemeester kan vrijstelling verlenen voor door hem aan te wijzen categorieën evenementen.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7, kan de vergunning geweigerd worden in het belang van:
voorkomen of beperken van overlast;
verkeersveiligheid van personen of goederen;
de zedelijkheid;
-
Het verbod van het eerste lid geldt voorts niet voor een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregeld onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto artikel 148 Wegenverkeerswet 1994.
-
Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als de organisator tenminste acht weken voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester.
-
De burgemeester kan binnen 15 dagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.
-
Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994.
-
Het derde lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:24, tweede lid, onder f, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning in enig opzicht van slecht levensgedrag is.
-
Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig besluiten) is niet van overeenkomstige toepassing op dit artikel.
Artikel 2:26
Ordeverstoring
-
Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.
-
Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde.
-
Het verbod in het tweede lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 2:27
Definitie
-
In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis, fitnesscentra en sportscholen of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt dan wel gelegenheid wordt gegeven anders dan om niet enigerlei eet- of drinkwaar af te halen of te verbruiken.
-
Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.
-
Onder houder wordt in deze paragraaf verstaan: degene die een openbare inrichting exploiteert.
-
Deze paragraaf verstaat niet onder bezoekers:
de gezinsleden van de houder, alsmede zijn elders wonende bloed – en aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde graad;
de personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel 438, alsmede personen bedoeld in artikel 438, derde lid, van het Wetboek van strafrecht;
de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.
Artikel 2:28
Exploitatie openbare inrichting
-
Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
-
De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan.
-
De burgemeester weigert de vergunning als de exploitant of beheerder/leidinggevende niet voldoet aan de in artikel 2:28b gestelde eisen.
-
De burgemeester weigert de vergunning indien er ten behoeve van de exploitatievergunning een negatief BIBOB advies is uitgebracht.
-
In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat:
de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of
de exploitant of de beheerder/ leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is.
-
Onverminderd het bepaalde in lid 2 en lid 3, kan de burgemeester de vergunning voor het plaatsen van een terras geheel of gedeeltelijk weigeren
indien het terras schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;
indien het terras hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.
-
Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een:
winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;
zorginstelling, crematorium/begraafplaats;
museum;
bedrijfskantine of -restaurant; of
camping of een recreatiepark als bedoeld in artikel 2:38a, onder a, APV, waarop de vergunningplicht uit artikel 2:38b, eerste lid, APV van toepassing is, voorzover er sprake is van eenzelfde exploitant. Artikelen 2:29 tot en met 2:33 zijn onverkort op de openbare inrichting op de camping of het recreatiepark van toepassing.
-
De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet, als:
de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28, tweede of derde lid.
-
De vrijstelling wordt ingetrokken:
wanneer niet voldaan wordt aan beleidsregels of een convenant met betrekking tot de wijze van exploitatie van een openbare inrichting;
of wanneer er aanleiding bestaat tot het verrichten van een onderzoek op grond van de wet BIBOB.
-
Een vrijstelling als bedoeld in het zevende lid is persoonsgebonden en niet overdraagbaar.
Artikel 2:28a
-
De aanvraag voor de vergunning dient te geschieden met een door de burgemeester vastgesteld formulier.
-
In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval vermeldt:
De persoonsgegevens van de exploitant;
De persoonsgegevens van de beheerder;
De locatie.
Artikel 2:28b
De exploitant en de beheerder:
staan niet onder curatele;
zijn niet in enig opzicht van aantoonbaar slecht levensgedrag; en
hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt;
Artikel 2:28c
-
De burgemeester kan ter bescherming van de openbare orde en veiligheid de sluiting bevelen van een openbare inrichting indien daar:
door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard of verbogen zijn dan wel verworven of overgedragen;
discriminatie heeft plaatsgevonden op grond van ras, geslacht, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook;
wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie aanwezig zijn waarvoor geen ontheffing, vergunning of verlof is verleend;
zich andere feiten en omstandigheden hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het geopend blijven van de openbare inrichting ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde.
-
De burgemeester kan de sluiting bevelen van een openbare inrichting indien:
de exploitant of beheerder handelt in strijd met het bepaalde in de artikel 2:28, eerste lid, of 2:28b onder sub a en b;
de exploitant of beheerder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;
de exploitatie in strijd is met een geldend Omgevingsplan, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.
-
De burgemeester trekt het sluitingsbevel in als naar zijn oordeel de in het eerste lid genoemde belangen voortzetting van de sluiting niet langer vereisen;
-
De burgemeester draagt zorgt voor het aanbrengen van het bevel tot sluiting bij de toegang van de openbare inrichting of in de directe nabijheid daarvan;
-
De rechthebbende laat toe dat een afschrift van het sluitingsbevel wordt aangebracht.
Artikel 2:28d
-
Het is verboden een openbare inrichting te betreden waarvan de sluiting is bevolen;
-
Het is de rechthebbende verboden zonder toestemming van de burgemeester bezoekers toe te laten of zelf de openbare inrichting te betreden.
Artikel 2:28e
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 wordt de vergunning ingetrokken indien:
de exploitatie van de openbare inrichting door een andere dan in de vergunning genoemde houder wordt overgenomen;
de exploitant of beheerder niet meer voldoet aan de in artikel 2:28b onder a en b gestelde eisen.
Ten aanzien van de exploitant of beheerder/leidinggevende een negatief BIBOB advies is ontvangen.
Artikel 2:29
Sluitingstijd
-
Het is de houder van een openbare inrichting niet toegestaan dit voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven: op maandag tot en met vrijdag tussen 2:00 uur en 5:00 uur en op zaterdag tussen 3:00 uur en 5:00 uur.
-
De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijke openbare inrichting of daartoe behorend terras.
-
Het in het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer of de Omgevingswet is voorzien.
Artikel 2:30
Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting
-
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.
Artikel 2:31
Verboden gedragingen
Het is verboden in een openbare inrichting:
de orde te verstoren;
zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid;
Artikel 2:32
Handel binnen openbare inrichtingen
De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.
Artikel 2:33
Het college als bevoegd bestuursorgaan
Als een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van de artikelen 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.
Artikel 2:34
(Vervallen)
Artikel 2:34a
Definities
-
In deze afdeling wordt verstaan onder:
alcoholhoudende drank;
horecabedrijf;
horecalokaliteit;
para commerciële rechtspersoon;
sterke drank;
slijtersbedrijf;
zwak-alcoholhoudende drank;
dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet.
-
Voor de definitie van openbare inrichting wordt aangesloten bij het bepaalde in artikel in artikel 2:27.
Artikel 2:34b
Regulering paracommerciële rechtspersonen
-
Para commerciële rechtspersonen die zich richten op sportieve aard mogen alleen zwak alcoholhoudende drank schenken op:
maandag tot en met vrijdag na 17:00 uur tot 24:00 uur;
zaterdag na 12:00 uur en tot 24:00 uur; en
zon- en feestdag na 12:00 uur en tot 24:00 uur.
-
Overige para commerciële rechtspersonen mogen alleen alcoholhoudende drank schenken tijdens een bepaalde periode. Deze periode is gekoppeld aan activiteiten die passen binnen de statutaire doelomschrijving van de para commerciële rechtspersoon. Die periode loopt van één uur voor begin tot één uur nadat de activiteit is afgelopen. Na 02:00 uur mag er geen alcoholhoudende drank geschonken worden.
-
De burgemeester kan op schriftelijk verzoek ontheffing verlenen om af te wijken van de tijden genoemd in het eerste lid.
Artikel 2:34c
Bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen
Paracommerciële rechtspersonen verstrekken alcoholhoudende drank tijdens per jaar ten hoogste:
5 bijeenkomsten van persoonlijke aard;
5 bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn.
De paracommerciële rechtspersoon doet uiterlijk 4 weken vóór een bijeenkomst als bedoeld in het eerste lid hiervan melding aan de burgemeester.
Artikel 2:34d
Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven
-
Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet sterke alcoholhoudende drank te verstrekken in inrichtingen:
waarin onderwijs wordt gegeven;
die geheel of uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij sportorganisaties of - instellingen;
die geheel of voor een deel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij jeugdorganisaties of .- instellingen;
waarin, of in een onderdeel waarvan, uitsluitend of in hoofdzaak geringe etenswaren, zoals belegde broodjes, shoarma, patates frites en kroketten worden verkocht.
-
De burgemeester kan, in het belang van de handhaving van de openbare orde, de veiligheid, de zedelijkheid of de volksgezondheid aan een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet verbinden en de vergunning beperken tot het verstrekken van zwakalcoholhoudende drank.
Artikel 2:34e
(Vervallen)
Artikel 2:34f
Verbod ‘happy hours’
Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die daar gewoonlijk wordt gevraagd.
Artikel 2:34g
Proeverijen in slijtlokaliteiten
-
Slijtersbedrijven zijn vrijgesteld van het in artikel 3, eerste lid, en het in artikel 14, eerste lid, van de Alcoholwet vervatte verbod, ten behoeve van het tegen betaling organiseren van een proeverij in hun slijtlokaliteit.
-
De vrijstelling geldt buiten de dagen en tijden dat de slijtlokaliteit bij of krachtens de Winkeltijdenwet regulier is opengesteld en mag niet later plaatsvinden dan tot 22.00 uur.
Artikel 2:35
Definitie
In deze afdeling wordt onder inrichting verstaan elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft.
Artikel 2:36
Kennisgeving exploitatie
Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is verplicht daarvan binnen drie dagen daarna schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester.
Artikel 2:37
(Vervallen)
Artikel 2:38
Verschaffing gegevens nachtregister
-
Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid naam, woonplaats, dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken.
-
Een toezichthouder kan hierop toezicht houden.
-
Voor zover voor de exploitatie van de camping of het recreatiepark ook een vergunning als bedoeld in artikel 2:28 APV benodigd is, er sprake is van eenzelfde eigenaar en beheerder/leidinggevende, wordt, gelet op het bepaalde in artikel 2:28 lid 7 onder e APV, één exploitatievergunning verleend.
Artikel 2:38a
Definities
In deze afdeling wordt verstaan onder:
camping of recreatiepark: (kampeer-)terrein dat planologisch bestemd is ten behoeve van het verschaffen van tijdelijk recreatief nachtverblijf
de exploitant: de natuurlijke of rechtspersoon die een camping of recreatiepark exploiteert op grond van artikel 2:38b;
beheerder/leidinggevende: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke leiding uitoefent of uitoefenen;
Artikel 2:38b
Vergunningplicht
-
Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een camping of recreatiepark te exploiteren;
-
De aanvraag voor de vergunning dient te geschieden met een door de burgemeester vastgesteld formulier;
-
Voor zover voor de exploitatie van de camping of het recreatiepark ook een vergunning als bedoeld in artikel 2:28 APV benodigd is, er sprake is van eenzelfde eigenaar en beheerder/leidinggevende, wordt, gelet op het bepaalde in artikel 2:28 lid 6 onder e APV, één exploitatievergunning verleend.
-
In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval vermeldt;
de persoonsgegevens van de exploitant;
de persoonsgegevens van de beheerder;
de locatie.
Artikel 2:38c
Gedragseisen
De exploitant en de beheerder:
staan niet onder curatele;
zijn niet in enig opzicht van aantoonbaar slecht levensgedrag; en
hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt;
Artikel 2:38d
Weigeringsgronden
-
De burgemeester weigert de vergunning, als:
de exploitant of beheerder/leidinggevende niet voldoet aan de in artikel 2:38c gestelde eisen
de exploitatie van de camping of het recreatiepark in strijd is met een geldend Omgevingsplan, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.
ten aanzien van de te verlenen vergunning een negatief BIBOB-advies is ontvangen
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 en het vorige lid kan de vergunning geheel of gedeeltelijk worden geweigerd, als:
naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de camping of het recreatiepark, of de openbare orde door de exploitatie van de camping of recreatiepark op ontoelaatbare wijze wordt beïnvloed.
de exploitatie van de camping of het recreatiepark een onaanvaardbaar risico op ernstige verstoring van de openbare orde met zich zal meebrengen.
dit in het belang is van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten.
Artikel 2:38e
Sluiting
-
De burgemeester kan ter bescherming van de openbare orde en veiligheid de sluiting bevelen van een camping of recreatiepark indien daar:
door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard of verbogen zijn dan wel verworven of overgedragen;
discriminatie heeft plaatsgevonden op grond van ras, geslacht, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook;
wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie aanwezig zijn waarvoor geen ontheffing, vergunning of verlof is verleend;
zich andere feiten en omstandigheden hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het geopend blijven van de camping of recreatiepark ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde;
-
De burgemeester kan de sluiting bevelen van een camping of recreatiepark indien:
de exploitant of beheerder handelt in strijd met het bepaalde in de artikel 2:38b, eerste lid, of 2:38c onder sub a en b;
de exploitant of beheerder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;
de exploitatie in strijd is met een geldend Omgevingsplan, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.
-
De burgemeester trekt het sluitingsbevel in als naar zijn oordeel de in het eerste lid genoemde belangen voortzetting van de sluiting niet langer vereisen;
-
De burgemeester draagt zorgt voor het aanbrengen van het bevel tot sluiting bij de toegang van de inrichting of in de directe nabijheid daarvan’
-
De rechthebbende laat toe dat een afschrift van het sluitingsbevel wordt aangebracht;
Artikel 2:38f
Aanwezigheid in gesloten camping of recreatiepark
-
Het is verboden een camping of recreatiepark te betreden waarvan de sluiting is bevolen;
-
Het is de rechthebbende verboden zonder toestemming van de burgemeester bezoekers toe te laten of zelf de inrichting te betreden;
Artikel 2:38g
Intrekking vergunning
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 wordt de vergunning ingetrokken indien:
de exploitatie van de camping of recreatiepark door een andere dan in de vergunning genoemde houder wordt overgenomen;
de exploitant of beheerder niet meer voldoet aan de in artikel 2:38c onder a en b gestelde eisen.
Ten aanzien van de exploitant of beheerder/leidinggevende een negatief BIBOB advies is ontvangen.
Artikel 2:39
Definities
-
In deze afdeling wordt onder speelgelegenheid verstaan een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.
-
In deze afdeling voorkomende begrippen die in de Wet op de kansspelen zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in die wet.
Artikel 2:39a
Speelgelegenheden
-
Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als:
naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of
de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met het omgevingsplan.
Artikel 2:40
Kansspelautomaten
-
In dit artikel wordt verstaan onder:
Wet: de Wet op de Kansspelen;
speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder a, van de Wet;
kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de Wet;
hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de Wet;
laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e, van de Wet;
-
In hoogdrempelige inrichtingen, niet zijnde een speelgelegenheid zoals staande in artikel 2:39a, zijn twee kansspelautomaten toegestaan.
-
In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan.
Artikel 2:41
Betreden gesloten woning of lokaal
-
Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.
-
Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden.
-
Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is.
Artikel 2:42
Plakken en kladden
-
Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.
-
Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:
een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;
met kalk, teer of een kleur- of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen.
-
Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing voor zover gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.
-
De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht deze aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.
-
Het college wijst aanplakborden aan voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen.
-
Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.
-
Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud daarvan.
Artikel 2:43
Vervoer plakgereedschap en dergelijke
-
Het is verboden op de weg of openbaar water enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstof of verfgereedschap te vervoeren of bij zich te hebben.
-
Het verbod is niet van toepassing als de genoemde materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:42.
Artikel 2:44
Vervoer inbrekerswerktuigen
-
Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben, waaronder tevens begrepen: lopers, valse sleutels, touwladders, lantaarns of enig ander gereedschap, voorwerp of middel dat ertoe kan dienen zich onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.
ander gereedschap, voorwerp of middel, dat ertoe kan dienen zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.
het is verboden op een openbare plaats in de nabijheid van winkels te vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er kennelijk toe is uitgerust om het plegen van winkeldiefstal te vergemakkelijken.
-
Het is verboden op een openbare plaats in de nabijheid van winkels te vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er kennelijk toe is uitgerust om het plegen van winkeldiefstal te vergemakkelijken.
-
Het verbod is niet van toepassing als de bedoelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen
Artikel 2:45
Bescherming groenvoorzieningen
-
Het is in een voor publiek toegankelijk park of plantsoen of in bij de gemeente in onderhoud zijnde groenstroken, grasperken of bloembakken verboden enige schade toe te brengen aan een boom of een bloem of beplanting, dan wel aldaar bloemen te plukken.
-
Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.
Artikel 2:46
(Vervallen)
Artikel 2:47
Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen
-
Het is verboden op een openbare plaats:
te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hek, omheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd straatmeubilair;;
zich op te houden op een wijze die voor andere gebruikers of omwonenden onnodig overlast of hinder veroorzaakt.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de artikelen 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 2:47a
Verplichte route
-
Het is de door de burgemeester aangewezen groepen van personen verboden op door hem aangewezen tijdstippen van een door hem aangewezen route af te wijken.
-
De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.
Artikel 2:47b
Gebiedsontzeggingen
-
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 48 uur in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.
-
Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen zes maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste acht weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.
-
De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod.
-
Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste of tweede lid opgelegd verbod.
-
Als de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid.
Artikel 2:48
Verboden drankgebruik
-
Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben.
-
Het verbod is niet van toepassing op:
een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet;
een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.
Artikel 2:49
Verboden gedrag bij of in gebouwen
-
Het is verboden zonder redelijk doel:
zich in een portiek of poort op te houden;
in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.
-
Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van zo’n gebouw.
Artikel 2:49a
Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen
-
De burgemeester kan een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, of voor het publiek openstaande gebouwen en/of de daarbij behorende erven in bepaald gebied, in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid of als er naar zijn oordeel sprake is van bijzondere omstandigheden voor een bepaalde duur geheel of gedeeltelijk sluiten.
-
Onverminderd hetgeen in artikel 5:24 van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald omtrent de bekendmaking, wordt het bevel tot sluiting tevens bekend gemaakt door een schrijven, waaruit van dat bevel tot sluiting blijkt, aan te brengen op of nabij de toegang(en) van het gebouw of het erf.
-
Een sluiting kan op aanvraag van belanghebbenden door de burgemeester worden opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de gronden die tot de sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.
-
Het is de rechthebbende op het gebouw en/of het erf, verboden om, nadat het bevel tot sluiting bekend is gemaakt op de in het tweede lid aangegeven wijze, daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven.
-
Het is een ieder verboden om, nadat het bevel tot sluiting openbaar bekend gemaakt is op de in het tweede lid aangegeven wijze, in een bij dit bevel gesloten gebouw en/of erf als bezoeker te verblijven.
-
Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het onderwerp van de regeling van het eerste lid elders wordt voorzien in deze verordening of in artikel 13b van de Opiumwet.
Artikel 2:50
Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten
Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval verstaan portalen, telefooncellen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en rijwielstallingen.
Artikel 2:50a
Messen en andere voorwerpen als steekwapen
-
Het is verboden op door het college aangewezen openbare plaatsen of in daaraan grenzende voor het publiek openstaande gebouwen of op bij die gebouwen behorende erven messen of andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben.
-
Het verbod geldt niet voor messen of voorwerpen die zodanig zijn ingepakt dat zij niet voor onmiddellijk gebruik gereed zijn.
-
Dit artikel is niet van toepassing voor zover het wapens betreft als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie.
Artikel 2:51
Neerzetten van fietsen of bromfietsen
Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek als dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek of als daardoor die ingang versperd wordt.
Artikel 2:52
Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein en dergelijke
Het is verboden zich op door het college of de burgemeester aangewezen uren en plaatsen met een fiets of bromfiets te bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid wordt gehouden die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.
Artikel 2:53
Bespieden van personen
-
Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon of een gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke bedoeling deze persoon of een persoon die zich in dit gebouw, deze woonwagen of dit woonschip bevindt, te bespieden.
-
Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander optisch instrument een persoon die zich in een gebouw, woonwagen of woonschip bevindt te bespieden.
Artikel 2:54
(Vervallen)
Artikel 2:55
(Vervallen)
Artikel 2:56
(Vervallen)
Artikel 2:57
Loslopende honden
-
Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond onaangelijnd te laten verblijven of te laten lopen:
binnen de bebouwde kom, op een openbare plaats;
buiten de bebouwde kom, op de weg.
-
Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen, ook als de hond is aangelijnd:
op een voor het publiek toegankelijke en als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide;
op een andere door het college aangewezen plaats.
-
Het losloopverbod in het eerste lid, is niet van toepassing op door het college daartoe aangewezen plaatsen.
-
Het verblijfsverbod in het tweede lid is niet van toepassing op geregistreerde geleidehonden of sociale hulphonden die iemand met een handicap begeleiden.
Artikel 2:58
Verontreiniging door honden
-
Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft, is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd met een daartoe geschikt opruimmiddel in de vorm van een stevig zakje of hondenpoepgrijper. De verwijderde uitwerpselen moeten in een afgesloten zakje in een afvalbak worden gedeponeerd.
-
Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft, dient op ieder moment, op verzoek van een door het college aangewezen persoon, een geschikt opruimmiddel te tonen, zoals genoemd in het eerste lid.
-
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geregistreerde geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden.
-
Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing:
op door het college daarvoor aangewezen plaatsen;
in openbaar gebied buiten de bebouwde kom.
Artikel 2:59
Gevaarlijke honden
-
Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander.
-
De eigenaar of houder van de hond wie een aanlijngebod is opgelegd, is verplicht de hond kort aangelijnd te houden, met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.
-
De eigenaar of houder van de hond wie een aanlijn- en muilkorfgebod is opgelegd, is naast de verplichting bedoeld in het tweede lid, verplicht de hond voorzien te houden van een muilkorf die:
vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen;
door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en
zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.
-
Een hond als bedoeld in het eerste lid, dient voorzien te zijn van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.
Artikel 2:59a
Gevaarlijke honden op eigen terrein
-
Het is de eigenaar of houder van een hond verboden deze hond op zijn terrein zonder muilkorf te laten loslopen als de burgemeester een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod heeft opgelegd als bedoeld in artikel 2:59, eerste lid of heeft meegedeeld dat hij de hond gevaarlijk acht, dan wel als de hond is opgeleid voor bewakings-, opsporings- en verdedigingswerk.
-
Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet als:
op een vanaf de weg zichtbare plaats een naar het oordeel van de burgemeester duidelijk leesbaar waarschuwingsbord is aangebracht;
het mogelijk is een brievenbus te bereiken en aan te bellen zonder het terrein te betreden; en
het terrein voorzien is van een zodanig hoge en deugdelijke afrastering dat de hond niet zelfstandig buiten het terrein kan komen.
Artikel 2:60
Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren
-
Het is verboden op door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:
aanwezig te hebben;
aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels;
aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven; of
te voeren.
-
Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats ontheffing verlenen van een of meer verboden als bedoeld in het eerste lid.
Artikel 2:61
(Vervallen)
Artikel 2:62
Loslopend vee
De rechthebbende op herkauwende of eenhoevige dieren of varkens die zich bevinden in een weiland of op een terrein dat niet van de weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan bereiken.
Artikel 2:63
(Vervallen)
Artikel 2:64
(Vervallen)
Artikel 2:65
Bedelarij
Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op een openbare plaats of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om geld of andere zaken.
Artikel 2:65a
Slapen op of aan de weg
-
Het is verboden de weg als slaapplaats te gebruiken of op of aan de weg een voertuig, woonwagen, tent of ander onderkomen als slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten of daartoe gelegenheid te bieden;
-
Het college kan van dit verbod een ontheffing verlenen.
Artikel 2:66
Definitie
In deze afdeling wordt onder handelaar verstaan de handelaar aangewezen bij Algemene Maatregel van Bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
In deze afdeling wordt verstaan onder verkoopregister: het aantekening houden van het verkopen of op een andere wijze overdragen van alle gebruikte en ongeregelde goederen door de handelaar
Artikel 2:67
Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
-
De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en door de burgemeester gewaarmerkt register, en daarin onverwijld op te nemen:
het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed;
de datum van verkoop of overdracht van het goed;
een omschrijving van het goed, voor zover van toepassing daaronder begrepen soort, merk en nummer van het goed;
de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed; en
de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen.
-
De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze verplichtingen.
Artikel 2:68
Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht
De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:
De burgemeester of de door hem aangewezen ambtenaar onmiddellijk doch uiterlijk binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen:
Van het volledige adres van elke lokaliteit welke door hem ten behoeve van zijn onderneming wordt gebruikt
Van een verandering van de onder 1, sub a, bedoelde adressen;
Dat hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent;
De burgemeester of de door hem aangewezen ambtenaar onmiddellijk doch uiterlijk binnen drie dagen in kennis te stellen dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan;
De burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register ter inzage te geven;
Aan de hoofdingang van elke lokaliteit een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn;.
Artikel 2:69
Het is de handelaar of een door hem handelend persoon verboden enig door opkoop verkregen goed gedurende de eerste zeven werkdagen dat het onder zijn berusting is, over te dragen of daarin enige wijziging aan te brengen tenzij deze wijziging niet van invloed is op de herkenbaarheid van het goed. Na vaststelling volt een aanwijzingsbesluit / handhavingsbeleid voor controles DOR.
Artikel 2:70
(Vervallen)
Artikel 2:71
Definitie
In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.
Artikel 2:72
Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen
-
Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder vergunning van het college.
Artikel 2:73
Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling
-
Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het college in het belang van het voorkomen van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats.
-
Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.
-
De verboden zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚, van het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 2:73a
Carbidschieten
-
Er is sprake van carbidschieten wanneer acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen op explosieve wijze worden verband (verder carbidschieten).
-
Het is verboden zonder ontheffing van het college van burgemeester en wethouders carbid te schieten.
-
Het college van burgemeester en wethouders kan een ontheffing verlenen van het in het tweede lid gestelde verbod.
-
Een aanvraag voor een ontheffing carbidschieten bevat minimaal:
dag en tijd van het schieten;
een plattegrond van de locatie met inrichting en schietrichting;
toestemming van de terreineigenaren.
-
Het college van burgemeester en wethouders verbindt tenminste de volgende voorschriften aan de ontheffing:
de plaats waarvandaan geschoten wordt is gelegen:
Op een afstand van ten minste 75 meter van woonbebouwing;
Op een afstand van ten minste 75 meter van openbare paden of wegen;
Op een afstand van ten minste 300 meter van de inrichtingen van intramurale zorg;
de locatie waar het carbidschieten plaatsvindt, wordt afgesloten met linten en / of ander vergelijkbaar materiaal zodat toeschouwers niet in de nabijheid (op een afstand van ten minste 25 meter) van de melkbussen en/of dergelijke voorwerpen en niet in de schietrichting kunnen komen;
geschoten wordt in een richting die tegengesteld is aan de richting waarin de dichtstbijzijnde woonbebouwing is gelegen;
degene die carbid schiet en/of daarbij behulpzaam is, is 18 jaar of ouder;
degene die carbid schiet en/of daarbij behulpzaam is, is niet onder invloed van alcohol en/of drugs;
er wordt gebruik gemaakt van melkbussen en/of dergelijke voorwerpen met een maximale inhoud van 40 liter en
de melkbussen en/of dergelijke voorwerpen worden afgesloten met zacht materiaal om weg te schieten (bv. voetbal of plastic zak).
-
Alle door bevoegde ambtenaren van politie, brandweer en gemeente te geven aanwijzingen dienen strikt en onverwijld te worden opgevolgd.
-
Het college kan nadere regels vaststellen ter bescherming van de openbare orde en veiligheid.
-
Dit artikel is niet van toepassing voor zover de Wet Milieubeheer, de wet Wapens en Munitie of het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.
Artikel 2:74
Drugshandel op straat
Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.
Artikel 2:74a
Openlijk of hinderlijk drugsgebruik
Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.
Artikel 2:75
Bestuurlijke ophouding
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats als deze personen het bepaalde in de artikelen als hierna in onderhavig artikel opgesomd, groepsgewijs niet naleven:
2:1. Samenscholing en ongeregeldheden;
2:10. Voorwerpen op aan de weg;
2:11. (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg;
2:16. Openen straatkolken en dergelijke;
2:26. Ordeverstoring;
2:47. Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen;
2:47A. Verplichte route;
2:48. Verboden drankgebruik;
2:49. Verboden gedrag bij of in gebouwen;
2:50. Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten;
2:73. Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling;
2:74. Drugshandel op straat;
5:34. Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken.
Artikel 2:76
Veiligheidsrisicogebieden
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.
Artikel 2:77
Cameratoezicht op openbare plaatsen
-
De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.
-
De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid ook voor andere voor een ieder toegankelijke plaatsen.
-
De burgemeester heeft de bevoegdheid om, indien de veiligheidssituatie daarom vraagt, de ingezette camera’s flexibel in te zetten en daarmee, binnen het vastgestelde gebied, de exacte locatie te veranderen.
Artikel 2:79
Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet
-
Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.
-
Onder ernstige en herhaaldelijk hinder zoals bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval verstaan het herhaaldelijk vertonen of veroorzaken van ernstige vormen van:
intimiderend gedrag vanuit de woning of vanaf het erf;
verbaal geweld, intimidatie of bedreiging en stelselmatig treiteren;
vernielingen; - vervuiling of verwaarlozing van de woning of het erf;
overlast door dieren;
burenruzie;
geluids- of geur overlast (door volwassenen, kinderen, dieren, muziek, motoren);
overlast door bezoekers of personen die tijdelijk in de woning of op het erf aanwezig zijn.
-
Bij overtreding van het bepaalde in het eerste lid kan de burgemeester de gebruiker van de woning of het gebouw een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 151d tweede lid en derde lid Gemeentewet opleggen. De last bestaat uit het opleggen van aanwijzingen aan de overtreder ten behoeve van het voorkomen van verdere ernstige hinder.
-
De burgemeester stelt beleidsregels op ten behoeve van de uitvoering van het derde lid.
Artikel 2:79a
Sluiting voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf
-
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat besluiten tot de gehele of gedeeltelijke sluiting van een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 2:30, eerste lid, of artikel 13b van de Opiumwet voorziet.
-
De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf.
-
Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is.
-
Het is verboden een gesloten gebouw of erf te bezoeken, als bezoeker daarin of daarop te verblijven of een bezoeker daarin of daarop te laten verblijven zonder toestemming van de burgemeester.
-
De burgemeester kan een sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.
Artikel 2:80
Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
-
In dit artikel wordt verstaan onder:
bedrijfsmatige activiteit: activiteit in de uitoefening van een beroep of bedrijf, die niet valt onder de vergunningplicht bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet of de artikelen 2:28 of 3:3;
beheerder: natuurlijk persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteit;
exploitant: natuurlijk persoon of bestuurder van een rechtspersoon of tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend.
-
De burgemeester kan in het belang van de leefbaarheid, de openbare orde en veiligheid of ter voorkoming van een nadelige beïnvloeding daarvan bedrijfsmatige activiteiten en gebouwen of bij die gebouwen behorende erven of gebieden aanwijzen waarop het verbod uit het derde lid van toepassing is.
-
Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een door hem aangewezen bedrijfsmatige activiteit uit te oefenen in een door hem aangewezen gebouw, op een bij dat gebouw behorend erf of in een door hem aangewezen gebied.
-
De exploitant vraagt de vergunning aan door gebruik te maken van een door de burgemeester vastgesteld formulier, waarbij in elk geval de volgende gegevens worden verstrekt:
voor welke bedrijfsmatige activiteit de vergunning wordt gevraagd;
de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant en beheerder;
het adres en telefoonnummer van de locatie waar de bedrijfsmatige activiteit word uitgeoefend;
het nummer van inschrijving in het Handelsregister;
voor zover van toepassing, de verblijfstitel van de exploitant en beheerder;
voor zover van toepassing, een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant en beheerder gerechtigd zijn om in Nederland arbeid te verrichten;
een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over het gebouw of erf te beschikken waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend;
een verklaring omtrent het gedrag van de exploitant en beheerder.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren:
als de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed;
als de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is;
als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;
als niet voldaan is aan de bij of krachtens het vierde lid gestelde eisen voor de aanvraag;
als er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;
als het uitoefenen van de bedrijfsmatige activiteit in strijd is met het omgevingsplan of de Wet milieubeheer.
-
De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijfsmatige activiteit waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als de bedrijfsmatige activiteit aan de vereisten voldoet.
-
Het is verboden het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of beheerder aanwezig is.
-
De exploitant of de beheerder ziet erop toe dat in of vanuit het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend geen strafbare feiten plaatsvinden.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning intrekken of wijzigen als de omstandigheden sinds de vergunningverlening zijn gewijzigd, doordat:
de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is;
de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten die verband houden met de bedrijfsmatige activiteit of toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed;
er in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit strafbare feiten hebben plaatsgevonden of plaatsvinden;
er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;
de exploitant de bedrijfsmatige activiteit heeft beëindigd of gewijzigd; of
redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is.
-
Als de bedrijfsmatige activiteit in strijd met de vergunning of het verbod wordt uitgeoefend of als een van de situaties bedoeld in het negende lid van toepassing is, kan de burgemeester, onverminderd het bepaalde in artikel 2:79a, een besluit nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend.
-
De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit tot sluiting aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of erf.
-
Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is.
-
Het is eenieder verboden een overeenkomstig het tiende lid gesloten gebouw of erf te betreden of daarin of daarop te verblijven.
-
De burgemeester kan de sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.
-
In afwijking van het derde lid geldt het verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit al een onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteit verricht, voor die bestaande activiteit op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of, als dat eerder is, met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering van een door hem aangevraagde of intrekking van een aan hem verleende vergunning.
Artikel 2:80b
Definities
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
smartshop: een winkel waarin de hoofdactiviteit of één van de activiteiten wordt gevormd door detailhandel in psychotrope stoffen;
headshop: een winkel waarin de hoofdactiviteit of één van de activiteiten wordt gevormd door detailhandel in attributen die samenhangen met het gebruik van softdrugs, zoals pijpjes en vloeitjes;
belshop of belwinkel: inrichting waarin de hoofdactiviteit of één van de activiteiten wordt gevormd door aan derden gelegenheid te bieden tot elektronisch berichtenverkeer, (internationaal) telefoonverkeer, dan wel tot aanverwante diensten;
internetcafé: inrichting waarin de hoofdactiviteit of één van de activiteiten wordt gevormd door aan derden gelegenheid te bieden tot elektronisch berichtenverkeer dan wel tot aanverwante diensten;
inrichting: een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet handelingen en/of werkzaamheden worden verricht die zijn aan te merken als het exploiteren van een smartshop, headshop, belshop/ belwinkel of internetcafé;
exploitant: de natuurlijke (rechts)persoon of (rechts)personen voor wiens rekening en risico de inrichting wordt geëxploiteerd en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of -personen bevoegde natuurlijke personen;
leidinggevende: de exploitant alsmede andere natuurlijke personen die algemene of onmiddellijke leiding geven aan een inrichting.
Artikel 2:80c
Maximumstelsel
-
Vergunning kan worden verleend voor een beperkt aantal inrichtingen, waarbij het maximum wordt bepaald door het aantal smartshops, of headshops of belshops/-winkels of internetcafés of inrichtingen, dat op het moment van inwerkingtreding van deze verordening daadwerkelijk wordt geëxploiteerd.
-
Indien de exploitatie van een inrichting, al dan niet gedwongen, wordt beëindigd, neemt het in het eerste lid genoemde maximum dienovereenkomstig af.
Artikel 2:80d
Vergunningplicht
-
Het is verboden een inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
-
De aanvraag voor de vergunning dient te geschieden met een door de burgemeester vastgesteld formulier.
-
De vergunning kan uitsluitend aangevraagd worden door en wordt uitsluitend verleend aan de exploitant, is persoonsgebonden kan niet worden overgedragen.
-
De burgemeester beschikt binnen 13 weken op een vergunningaanvraag.
Artikel 2:80e
Gedragseisen
-
De exploitant van een inrichting moet voldoen aan de bij of krachtens artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a en b en derde lid van de Alcoholwet leidinggevende gestelde eisen.
-
Het is verboden een inrichting te exploiteren indien door de exploitant niet of niet langer wordt voldaan aan de bij of krachtens artikel 8, tweede lid aanhef en onder a en b en derde lid van de Alcoholwet aan leidinggevenden gestelde eisen.
Artikel 2:80f
Aanwezigheid leidinggevende
Het is verboden de inrichting geopend te hebben zonder dat een op de vergunning vermelde leidinggevende aanwezig is.
Artikel 2:80g
Weigering vergunning
De vergunning geweigerd indien:
de exploitant de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt;
de exploitant binnen drie jaar voor de aanvraag een inrichting heeft geëxploiteerd of daar leiding aan heeft gegeven die op grond van (ernstige vrees voor) verstoring van de openbare orde, dan wel op grond van artikel 13b van de Opiumwet, gesloten is geweest of dan wel waarvoor een vergunning om die reden is ingetrokken;
de exploitant geen verklaring omtrent gedrag overlegt die niet eerder dan drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven;
de vestiging of exploitatie strijd oplevert met het ter plaatse geldende Omgevingsplan;
naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen dat het woon- en leefklimaat in de omgeving van de inrichting en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de inrichting;
indien de inrichting gevestigd is binnen een straal van 250 meter van een school of jongerencentrum.
Artikel 2:80h
Weigering vergunning
De exploitant dient een wijzigingsaanvraag in te dienen bij een verandering van omstandigheden waardoor de verstrekte vergunning niet meer toereikend is.
Artikel 2:80i
Intrekking vergunning
Onverminderd het bepaalde in artikel 1.6 wordt de vergunning ingetrokken indien:
de exploitant of andere leidinggevenden niet of niet langer voldoen aan de in deze verordening gestelde eisen;
dit anderszins noodzakelijk is in het belang van de openbare orde, de aantasting van het wonen leefklimaat daaronder inbegrepen.
Artikel 2:80j
Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in geval van bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, voor één of meer inrichtingen, tijdelijk andere dan de voor de betreffende inrichtingen geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijke sluiting bevelen.
Artikel 2:80k
Aanwezigheid in gesloten inrichting
-
Het is verboden gedurende de tijd dat een inrichting als gevolg van de reguliere sluitingstijden, of krachtens een op grond van artikel 2:80j genomen besluit voor bezoekers gesloten dient te zijn zich als bezoeker daarin te bevinden.
-
Het is de exploitant verboden gedurende de tijd dat een inrichting als gevolg van de reguliere sluitingstijden, of krachtens een op grond van artikel 2:80j genomen besluit voor bezoekers gesloten dient te zijn, de inrichting voor bezoekers geopend te hebben of daarin één of meer bezoekers toe te laten of te laten verblijven.
Artikel 2:80l
Sluiting
De burgemeester kan - onverminderd het bepaalde in de Opiumwet - een inrichting, al dan niet voor een bepaalde termijn, gesloten verklaren indien:
de exploitant handelt in strijd met het bepaalde in de artikelen 2:80d en 2:80e;
de exploitant handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;
dit anderszins noodzakelijk is in het belang van de openbare orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat daaronder inbegrepen.