1. De burgemeester kan een speelgelegenheid al dan niet voor een bepaalde duur gesloten verklaren, als:

    1. die speelgelegenheid wordt geëxploiteerd zonder geldige vergunning;

    2. die speelgelegenheid wordt geëxploiteerd in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;

    3. een van de in artikel 2.40G genoemde situaties waarbij intrekking van de vergunning mogelijk is, zich voordoet.

  2. De sluiting wordt geacht in het openbaar bekend te zijn gemaakt, zodra een besluit tot sluiting op of nabij de toegang(en) van de speelgelegenheid is aangebracht.

  3. Een ieder is verplicht toe te laten, dat het in het tweede lid bedoelde besluit wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is.

  4. Het is de exploitant of beheerder verboden in de speelgelegenheid bezoekers toe te laten of daarin te laten verblijven zolang de sluiting van kracht is.

  5. Het is eenieder verboden om, nadat de sluiting van een speelgelegenheid overeenkomstig het tweede lid bekend is gemaakt, daarin als bezoeker te verblijven.