1. Voor het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 2.40A, eerste lid, moet een schriftelijke aanvraag bij de burgemeester worden ingediend.

  2. Bij een aanvraag om vergunning wordt in ieder geval vermeld en/of overgelegd:

    1. de persoonsgegevens van de exploitant(en);

    2. de persoonsgegevens van de beheerder(s);

    3. een bewijs van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel;

    4. de plaatselijke ligging van de speelgelegenheid;

    5. een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot het gebruik van de ruimte bestemd voor de speelgelegenheid;

    6. een bedrijfsplan, waarin in ieder geval staat beschreven welk(e) spel(en) in de speelgelegenheid zal (zullen) worden beoefend.

  3. Als de exploitant een wijziging wenst van het soort spelen in de speelgelegenheid deelt hij dit de burgemeester vooraf schriftelijk mede; de mededeling wordt als aanvulling op het bedrijfsplan aangemerkt.