De exploitant en de beheerder van een speelgelegenheid:

  1. staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de ouderlijke macht of de voogdij;

  2. zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;

  3. dienen een verklaring omtrent gedrag als bedoeld in artikel 19 van de Wet op de justitiële documentatie over te leggen die uiterlijk drie maanden tevoren is afgegeven;

  4. zijn niet binnen de laatste vijf jaar exploitant of beheerder geweest van een speelgelegenheid of horeca-inrichting die voor tenminste één maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten of waarvan de vergunning als bedoeld in artikel 2.40A, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hen terzake geen verwijt treft;

  5. zijn niet binnen de laatste vijf jaar tenminste twee maal onherroepelijk veroordeeld wegens overtreding van het bepaalde in de Alcoholwet, de Wet op de kansspelen, de Opiumwet en de Wet wapens en munitie;

  6. hebben de leeftijd van éénentwintig jaar bereikt.