1. De aan de vergunning te verbinden voorschriften en beperkingen hebben in elk geval betrekking op:

    1. De sluitingstijden van de speelautomatenhal;

    2. Het toezicht in de speelautomatenhal;

    3. Het aantal en type speelautomaten dat mag worden opgesteld.

  2. Aan een vergunning voor een speelautomatenhal in het leisurecomplex als bedoeld in artikel 2:40A, lid 2, wordt naast de in het eerste lid bedoelde voorschriften en beperkingen het voorschrift verbonden dat van de vergunning uitsluitend gebruik mag worden gemaakt indien het leisurecomplex in zijn geheel daadwerkelijk wordt geëxploiteerd.