-
Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder of in afwijking van de vergunning van de burgemeester.
-
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor:
horecabedrijven als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet;
rechtspersonen niet zijnde een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die zich naast activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard richten op de exploitatie in eigen beheer van een openbare inrichting, zoals bedoeld in artikel 2:27;
winkels als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;
musea, crematoria en rouwcentra;
horeca in ziekenhuizen en verpleeghuizen/zorginstellingen;
sport- en dansscholen;
sauna’s en zonnecentra;
slijterijen;
benzinepompen;
scholen en bedrijfskantines;
dorps- en buurthuizen;
kinderboerderijen, educatieve tuinen en theetuinen;
kerkgenootschappen;
koffiecorners binnen de bestemming detailhandel of maatschappelijke functies;
lunchrooms en broodjeszaken (dagzaken);
verblijfsrecreatiebedrijven, zoals groepsaccomodaties, Bed & Breakfasts, (mini)campings en bungalowparken.
-
De burgemeester vermeldt in een vergunning:
de exploitant;
tot welke bedrijfsuitoefening de vergunning strekt;
de plaats waar de inrichting zich bevindt;
de situering en de oppervlakten van de horecalokaliteiten en terrassen;
de voorschriften of beperkingen welke aan de vergunning zijn verbonden.
-
De burgemeester vermeldt in een aanhangsel bij de vergunning de leidinggevenden.
-
Het is verboden een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:27 lid 1 voor bezoekers geopend te hebben, zonder dat ten minste één van de leidinggevenden genoemd op het aanhangsel behorende bij de vergunning in de inrichting aanwezig is.
-
In de aanvraag om vergunning wordt in ieder geval vermeld:
de personalia en het adres van de exploitant en de leidinggevenden;
een bewijsstuk waaruit rechtmatig verblijf van aanvrager in Nederland blijkt (paspoort of identiteitsbewijs) van de exploitant en alle leidinggevenden;
een exemplaar van de getekende arbeidsovereenkomst van alle leidinggevenden, die geen exploitant zijn;
het adres en de aard en exploitatiewijze van de openbare inrichting;
een nauwkeurige beschrijving van de inrichting alsmede het terras, waarbij is opgenomen de oppervlakte daarvan en een plattegrond van de inrichting op schaal van 1:100;
een volledig ingevuld Bibob-vragenformulier inclusief gevraagde bijlagen.
-
Leidinggevenden van de openbare inrichting voldoen aan de volgende eisen:
zij hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt;
zij zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;
zij mogen niet onder curatele staan.
-
De burgemeester weigert de vergunning, indien:
één of meer van de leidinggevenden niet voldoen aan de eisen genoemd onder lid 7.
de exploitant of leidinggevende(n) een openbare inrichting heeft geëxploiteerd of een horecabedrijf zoals bedoeld in de Alcoholwet heeft uitgeoefend dat op grond van ernstige vrees voor de openbare orde 3 jaar voor het indienen van de aanvraag gesloten is geweest.
de openbare orde en/of veiligheid ter plaatse door de aanwezigheid van de openbare inrichting in gevaar dreigt te komen;
de woon- en/of leefomgeving op onaanvaardbare wijze negatief zal worden beïnvloed;
redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet in overeenstemming is met de ingediende aanvraag;
redelijkerwijs moet worden aangenomen dat in strijd zal worden gehandeld met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften.
de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan;
voor de exploitatie van een openbare inrichting een vergunning op basis van de Alcoholwet was vereist en deze vergunning is ingetrokken;
-
De burgemeester kan de vergunning weigeren:
in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
-
De vergunning wordt door de burgemeester ingetrokken indien:
deze is verleend op grond van door de exploitant verstrekte onjuiste of onvolledige informatie en een ander besluit op de aanvraag zou zijn genomen indien bij het nemen daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest;
één of meer leidinggevenden niet langer voldoen aan de eisen genoemd onder lid 7.
zich in of in de nabijheid van de openbare inrichting feiten hebben voorgedaan, die - naar het oordeel van de burgemeester – de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar zou opleveren voor de openbare orde, de veiligheid, de volksgezondheid, het woon- en leefklimaat of de zedelijkheid;
-
De vergunning kan door de burgemeester worden ingetrokken indien gehandeld wordt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen.
-
Ten aanzien van een openbare inrichting waarvan de exploitatievergunning ingevolge lid 10 en 11 is ingetrokken, kan tevens worden bepaald dat een exploitatievergunning voor de desbetreffende locatie gedurende een bepaalde termijn van maximaal vijf jaar zal worden geweigerd.
-
De exploitatievergunning vervalt wanneer:
de exploitatie van het bedrijf feitelijk is beëindigd of (gedeeltelijk) is overgedragen;
zes maanden zijn verlopen na het onherroepelijk worden van de exploitatievergunning, zonder dat van deze vergunning gebruik is gemaakt;
-
Een vergunninghouder meldt aan de burgemeester zijn wens een persoon als leidinggevende te laten bijschrijven. Deze melding geldt als aanvraag tot wijziging van het aanhangsel.
-
De burgemeester weigert de wijziging van het aanhangsel indien de leidinggevende niet voldoet aan de eisen genoemd onder lid 7 en 8.
-
Indien een inrichting een zodanige verandering ondergaat dat zij niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning gegeven omschrijving, is de exploitant verplicht bedoelde wijziging binnen één maand bij de burgemeester te melden. De burgemeester verstrekt een gewijzigde vergunning, waarin de ingevolge lid 3 vereiste omschrijving is aangepast aan de nieuwe situatie.
-
De burgemeester weigert de wijziging van de vergunning indien sprake is van een van de weigeringsgronden als bedoeld onder lid 8.
-
Op de aanvraag om een vergunning of een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
- Artikel 2:41
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:44
- Artikel 2:44a
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
- Artikel 2:48
- Artikel 2:48a
- Artikel 2:49
- Artikel 2:50
- Artikel 2:51
- Artikel 2:52
- Artikel 2:53
- Artikel 2:54
- Artikel 2:55
- Artikel 2:56
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:59a
- Artikel 2:60
- Artikel 2:61
Afdeling Bestrijding van heling van goederen
Afdeling Consumentenvuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Afdeling Voor publiek openstaande gebouwen
Afdeling Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Hoofdstuk Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen
Artikel 2:28
Actueel
Exploitatie openbare inrichting
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.