1. In dit artikel wordt onder een weesfiets verstaan: een ‘weesfiets’ die door de eigenaar in de openbare ruimte zonder wezenlijke tijdsonderbreking langer dan 4 weken is achtergelaten en waarvan kennelijk geen gebruik meer wordt gemaakt.

  2. Het is verboden op een openbare plaats een fiets, een bromfiets of ander vergelijkbaar vervoermiddel te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek als dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek of als daardoor die ingang versperd wordt.

  3. Het is verboden op of aan de weg of op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan indien;

    1. daarmee hinder of gevaar voor het verkeer ontstaat;

    2. als daardoor anderszins overlast veroorzaakt kan worden;

    3. deze langer dan vier weken zonder wezenlijke tijdsonderbreking aanwezig is.

  4. Het is verboden een (wees-)fiets, een (brom-)fiets of ander vergelijkbaar vervoermiddel te plaatsen of te laten staan:

    1. op het terrein van het station Boxmeer;

    2. op het terrein van station Vierlingsbeek;

    3. op het terrein van station Cuijk;

    4. op het terrein van busstation Grave;

    5. binnen het voetgangersgebied van het centrum van Boxmeer;

    6. binnen het centrum van Grave

    7. binnen het centrum van Cuijk

    zoals aangegeven op de bijvoegde kaarten (kaart 2 t/m kaart 8), buiten de daarvoor bedoelde rekken dan wel stallingsplaatsen. In de daarvoor bedoelde rekken dan wel stallingsplaatsens tevens niet langer dan vier weken zonder wezenlijke tijdsonderbreking.

  5. Het is verboden een voertuig zoals bedoeld in het derde lid dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud of in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op een openbare plaats te plaatsen of te hebben.

  6. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer.