Algemene Plaatselijke Verordening Land van Cuijk 2026 BETA Foutje gevonden?

Inhoud

Afdeling

Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen

Artikel 2:10

Voorwerpen aan, op of boven de weg

    1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan en (langdurig) voorwerpen op of aan de weg te plaatsen of te houden.

    2. Dit verbod geldt niet voor zover er sprake is van een wijziging van de fysieke leefomgeving of zover het omgevingsplan in de materie voorziet.

  1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan een vergunning worden geweigerd:

    1. Als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;

    2. Als het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of

    3. In het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak.

  2. Het verbod, als bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op:

    1. Evenementen;

    2. Standplaatsen;

    3. Voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard;

    4. Door het college aan te wijzen categorieën van voorwerpen;

    5. Situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement of de geldende verordening wegen Noord-Brabant.

    6. Vlaggen, wimpels of vlaggenstokken indien deze geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen en niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt;

    7. Zonneschermen, voor zover ze zijn aangebracht boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg en voor zover:

      1. Elk onderdeel zich hoger dan 2,2 meter boven dat gedeelte bevindt, en

      2. Elk onderdeel, in welke stand het scherm ook staat, zich op meer dan 0,5 meter van het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de weg bevindt, en

      3. Elk onderdeel, in wel ke stand het scherm ook staat, minder dan 1,5 meter buiten de opgaande gevel reikt;

    8. De voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze kortstondig op de weg gebracht worden in verband met laden of lossen ervan. Degene die de werkzaamheden verricht of doet verrichten draagt er zorg voor dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de weg verwijderd zijn en de weg daarvan gereinigd is;

    9. Voertuigen;

    10. Beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening.

  3. De weigeringsgrond, bedoeld in het tweede lid, onder a, is niet van toepassing als in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wegenverkeerswet 1994.

  4. De weigeringsgrond, bedoeld in het tweede lid, onder b, is niet van toepassing op bouwwerken.

  5. De weigeringsgrond, bedoeld in het tweede lid, onder c, is niet van toepassing als in de voorkoming van overlast wordt voorzien door de Omgevingswet.

  6. Het bevoegde bestuursorgaan kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen en reclameborden.

Artikel 2:11

(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg

(Vervallen, maakt deel uit van Verordening Fysieke Leefomgeving)

Artikel 2:12

Maken of veranderen van een uitweg

(Vervallen, maakt deel uit van Verordening Fysieke Leefomgeving)

Artikel 2:15

Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp

(Vervallen, maakt deel uit van Verordening Fysieke Leefomgeving)

Artikel 2:16

Openen straatkolken en dergelijke

Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.

Artikel 2:18

Rookverbod in bossen en natuurterreinen

  1. Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan:

    1. te roken

    2. voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen.

  2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3˚, van het Wetboek van Strafrecht.

  3. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a, is voorts niet van toepassing voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.

Artikel 2:21

Voorzieningen voor verkeer en verlichting

(Vervallen, maakt deel uit van Verordening Fysieke Leefomgeving)

Artikel 2:22

Objecten onder hoogspanningslijn

(Vervallen, maakt deel uit van Verordening Fysieke Leefomgeving)

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening Land van Cuijk 2026