1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelautomatenhal in te richten of te drijven.

  2. De burgemeester kan uitsluitend voor één speelautomatenhal vergunning verlenen in elk deel van de gemeente zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende situatietekening (kaart 1), waarop een nadere uitwerking is aangegeven. De burgemeester kan voor het op de situatietekening als leisuregebied aangewezen gedeelte slechts voor een speelautomatenhal vergunning verlenen uitsluitend indien en voor zover deze speelautomatenhal deel uitmaakt van een hoogwaardige, meeromvattende uitgaansgelegenheid (leisurecomplex).

  3. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid en het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning geweigerd indien:

    1. De speelautomatenhal niet uitsluitend rechtstreeks vanaf de openbare weg voor het publiek toegankelijk is;

    2. De beheerder de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt;

    3. De ondernemer of de beheerder van slecht levensgedrag is dan wel onder curatele staat of bewind is gesteld over één of meer aan hem toebehorende goederen als bedoeld in Boek 1, titel 19 van het Burgerlijk Wetboek;

    4. Door de aanwezigheid van de speelautomatenhal naar het oordeel van de burgemeester de leef- en woonsituatie in de omgeving of het karakter van de omgeving dan wel de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed;

    5. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 het verrichten of drijven van een speelautomatenhal strijd oplevert met het omgevingsplan;

    6. De inrichting niet voorzien is van het KEMA- keurmerk.

  4. Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.