1. De burgemeester kan voor een openbare inrichting of voor een daarbij behorend terras, door middel van een vergunningvoorschrift of anderszins, een sluitingstijd vaststellen.

  2. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, zesde lid, aanhef en onder a, en een daarbij behorend terras gelden de sluitingstijden als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet.

  3. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd.

  4. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien.