Algemene Plaatselijke Verordening Kaag en Braassem 2012 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling Evenementen
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Afdeling Bestrijding van heling van goederen
Afdeling Consumentenvuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Afdeling

Het bewaren van houtopstanden

Artikel 4:10

Definities

    1. Houtopstanden: een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend;

    2. Toekomstboom: een boom die aangeplant is met een kwalitatief goed aangelegde groeiplaats met het oog op de gestelde ambitieleeftijd.

    3. Vellen: het rooien, kappen, verplanten, het snoeien van meer dan 30% van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen en knotten, evenals het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging van de boom of houtopstand tot gevolg kunnen hebben;

Artikel 4:11

Toepassingsbereik

Aanwijzingen (in de fysieke leefomgeving)

Artikel 4:12

Aanwijzing bebouwingscontouren houtkap

De bebouwingscontour houtkap van de gemeente beslaat het gebied binnen de grenzen zoals oor het bevoegd gezag is vastgesteld als bebouwingscontour als bedoeld in artikel 5.165b van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving.

Artikel 4:12a

Bomenlijst

  1. Het college stelt een lijst met beschermwaardige bomen vast. Er wordt onderscheid gemaakt tussen bomen van de gemeente en bomen van derden, eigenaren van bomen niet zijnde de gemeente. Een boom moet een minimale toekomstverwachting hebben van 10 jaar én voldoen aan tenminste één van de volgende criteria om in aanmerking te komen voor de Bomenlijst;

Gemeentelijke:

  1. Bomen met een stamdiameter van minimaal 30 centimeter of een stamomtrek van minimaal 94 centimeter gemeten op 130 centimeter boven maaiveld; of

  2. Leeftijd van minimaal 60 jaar oud; of

  3. Cultuurhistorische status; of

  4. Aangewezen als toekomstboom; of

Niet-gemeentelijke:

  1. Bomen met een stamdiameter van minimaal 60 centimeter of een stamomtrek van minimaal 188 centimeter gemeten op 130 centimeter boven maaiveld; of

  2. Leeftijd van minimaal 60 jaar oud; of

  3. Cultuurhistorische status; of

  4. Herplantbomen/vervangende bomen.

  1. De Bomenlijst wordt iedere 5 jaar geactualiseerd.

Artikel 4:12b

Verbod op het vellen van bomen

  1. het is verboden bomen op de door het ollege aangenomen Bomenlijst te vellen of doen vellen zonder een door het college verleende omgevingsvergunning voor de activiteit 'boom kappen of houtopstand vellen';

  2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:

    a. Bomen en houtopstanden die moeten worden geveld in het kader van de Plantgezondheidswet;

    b. Bomen en houtopstanden die moeten worden geveld op bevel van de Burgemeester of diens gemachtigde, in het kader van de openbare orde en veiligheid;

    c. Bomen en houtopstanden die moeten worden geveld in het kader van artikel 4:12f;

    d. Bomen die conform een goedgekeurd beheerplan geveld worden;

    e. Boomsoorten die staan vermeld op de Unielijst invasieve exoten van Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.

  3. In geval van een vrijstelling in het kader van het eerste lid van dit artikel, blijft het bepaalde in artikel 4:12e en/of artikel 4:12f onverminderd van toepassing.

Artikel 4:12c

Gronden voor verlening

  1. Het vellen van één of meerdere bomen die zijn opgenomen op de Bomenlijst is een vergunningsplichtige activiteit en wordt afgewogen door het bevoegd gezag;

  2. Een omgevingsvergunning voor het vellen van bomen op de Bomenlijst kan worden toegekend in geval van:

    1. Gevaar voor de openbare orde en veiligheid;

    2. Onomkeerbare aantasting van de boomconditie of kwaliteitsvermindering;

    3. Zwaarwegende maatschappelijke/persoonlijke belangen, dit vereist een college besluit.

Artikel 4:12d

Indieningsvereisten vergunningaanvraag

  1. Een vergunning zoals bedoeld in artikel 4:12b wordt aangevraagd door de rechthebbende van de betreffende boom of bomen of de gemachtigde daarvan;

  2. De aanvrager levert bij de aanvraag in ieder geval de volgende stukken en documenten aan bij het bevoegd gezag:

    1. Een kaart waarop de betreffende boom/bomen en de huidige ruimtelijke situatie zijn weergegeven;

    2. Tenminste één (1) duidelijke foto per boom;

    3. Een onderbouwing van de in lid 2 van artikel 4:12c gestelde situaties, ofwel een motivatie waarom de boom gekapt dient te worden;

    4. Welke alternatieven voor het behouden van de boom of bomen, in de vorm van boomsparende maatregelen, verplanting, of mitigerende maatregelen, zijn onderzocht conform de meest recente versie van het Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen, en niet houdbaar zijn bevonden;

    5. In het geval dat de aanvraag wordt ingediend in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling;

      I. Een bomen effect analyse (BEA) waarin uit de conclusie te herleiden valt dat de te vellen bomen niet duurzaam te behouden is; of,

      II. Indien aangegeven door het bevoegd gezag een compensatieplan zoals bedoeld in artikel 4:12f;

    6. Een invulling van de beoogde herplant;

    7. Indien de omgevingsvergunning aangevraagd wordt in het kader van veiligheid of beheerbaarheid omwille een sterk teruggelopen boomkwaliteit of boomconditie, of ter preventie van schade of letsel, moet ook het afschrift en bevindingen van de meest recente boomveiligheidscontrole toegevoegd worden.

  3. Ter aanvulling op de in dit artikel opgenomen indieningsvereisten, kunnen derden die in eigendom zijn van een boom op de Bomenlijst op kosten van de gemeente een boominspectie aanvragen (in de vorm van een VTA, Visual Tree Assessment). De uitkomst van deze inspectie is leidend voor de verdere afhandeling van de vergunningsaanvraag. Indien de overlast met een snoeimaatregel verholpen kan worden, zijn deze kosten voor de eigenaar en wordt de omgevingsvergunning geweigerd.

Artikel 4:12e

Herplantplicht

  1. Het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning een herplantplicht met voorschriften;

  2. Bomen die herplant worden hebben een minimale plantmaat van 16/18 centimeter;

  3. Herplant gebeurt altijd conform de herplantladder, te weten:

    1. Op dezelfde locatie, soort van gelijke boomgrootte klasse; anders,

    2. Op dezelfde locatie, soort van kleinere boomgrootte klasse; anders,

    3. Binnen dezelfde perceelsgrenzen; anders,

    4. Grenzend aan of nabij de locatie tot maximaal 300 meter; anders,

    5. Financiële compensatie;

      Bij iedere lagere keuze dan stap a. moet gemotiveerd worden waarom er afgeweken wordt. Nadere toelichting op de herplantladder is opgenomen in het beheerplan Bomen.

  4. De vergunninghouder dient zelf aan te tonen dat de herplant is uitgevoerd binnen de termijn zoals gesteld in de vergunningsvoorschriften en binnen 2 weken na aanplant, de herplant te melden bij het bevoegd gezag;

  5. Wanneer een boom gedurende een nazorgperiode van 3 jaar verloren gaat, teniet gedaan is of anderzijds in onbeheerbare staat opgeleverd wordt, is de betreffende vergunninghouder verplicht de boom te vervangen voor eenzelfde soort en plantmaat en gaat opnieuw een nazorgperiode van 3 jaar in;

  6. Bij het verlenen van een vergunning voor vellen wordt als voorschrift opgenomen dat de vergunning 4 weken na de vergunningverlening inwerking treedt;

  7. Bij een gecombineerde aanvraag waarbij meerdere vergunningsplichtige activiteiten in één procedure gezamenlijk worden ingediend en beoordeeld, wordt in ieder geval het voorschrift opgenomen dat de activiteit vellen pas mag starten als ook voor de andere onderdelen van de aanvraag toestemming is verleend;

  8. Bij het vellen van bomen zonder benodigde vergunning zoals bedoeld in artikel 4:12b legt het college een boetebedrag op volgens artikel 6:1a. Daarnaast legt het college ook een herplantplicht op;

  9. Ter uitzondering op de in dit artikel opgenomen voorschriften op de herplantplicht, wordt door een particulier die eigenaar is van een beschermwaardige boom én een omgevingsvergunning voor de activiteit kap hierop heeft aangevraagd, in samenwerking met het bevoegd gezag een maatwerkprocedure aangegaan voor de invulling van de herplant.

Artikel 4:12f

Compensatieplan

  1. Het bevoegd gezag kan de aanvrager van een omgevingsvergunning opleggen een compensatieplan op te stellen voor bomen wanneer de aanvraag een ruimtelijke ontwikkeling betreft;

  2. Het compensatieplan kan deel uitmaken van de indieningsvereiste voor een te verlenen omgevingsvergunning voor het vellen van bomen op de Bomenlijst;

  3. In het compensatieplan wordt tenminste het volgende opgenomen:

    1. Waar zal worden herplant onderbouwd met verwijzing naar de herplantladder zoals gesteld in artikel 4:12e;

    2. Een omschrijving van de te herplanten boom of bomen met hierin aangegeven ten minste: soortnaam, wetenschappelijke naam, maatvoering, wortel-/kluittype en herkomst van het materiaal;

    3. Een omschrijving van de groeiplaats, zowel boven- en ondergronds, met onderbouwing dat deze groeiplaats van voldoende kwalitatieve waarde is om de te herplanten boom ter plaatse duurzaam te handhaven met inachtneming van de gestelde ambitieleeftijd van 60 jaar;

    4. De invulling van een zorgvuldige nazorg om een succesvolle start van de boom te garanderen. Bomen in openbaar gebied worden na 3 jaar vanuit de ruimtelijke ontwikkeling aan het gemeentelijke beheer overgedragen.

Artikel 4:12g

Bestijding van boomziekten

  1. Indien zich op een terrein één of meer bomen bevinden die naar het oordeel van het bevoegd gezag of door melding aan het licht gekomen zijn gevaar opleveren voor de verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van de ziekteverspreiders zoals insecten, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het college is aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen termijn de boom of bomen te vellen;

  2. De gevelde boom of houtopstand dient conform de richtlijnen van de gemeente direct zodanig te worden behandeld dat verspreiding van de boomziekte wordt voorkomen. Het is verboden gevelde bomen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren, indien het een boomsoort betreft die een boomziekte kan verspreiden;

  3. Voor het gestelde verbod onder het tweede lid van dit artikel kan een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (een BOPA) worden afgegeven voor de uitvoering van de werkzaamheden;

  4. Het niet voldoen aan de in het eerste lid bedoelde aanschrijving biedt een basis voor de toepassing van bestuursdwang, waarbij de noodzakelijke werkzaamheden, voor risico en voor rekening van aangeschrevene, door of namens de gemeente kunnen worden verricht.

Artikel 4:12h

Beschadigen van bomen en houtopstanden

  1. Het is verboden om bomen en houtopstanden, die publiek eigendom zijn:

    1. te beschadigen, te bekladden of te beplakken;

    2. daaraan snoeiwerk te verrichten, behoudens door de gemeente opgedragen onderhoudstaken.

  2. Het is verboden om één of meer voorwerpen in of aan publieke bomen aan te brengen of anderszins te bevestigen zonder voorafgaande vergunning van het college.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening Kaag en Braassem 2012