1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

  2. Het verbod geldt niet voor:

    1. het houden van evenementen in gebouwen, niet zijnde vechtsportwedstrijden of -gala’s, overeenkomstig de bestemming van dat gebouw;

    2. activiteiten in (horeca)bedrijven die in de uitoefening van het bedrijf gebruikelijk zijn;

    3. het houden van snuffelmarkten in ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet.

  3. Geen vergunning is vereist voor een evenement, als:

    1. het evenement op één locatie in de openlucht plaatsvindt;

    2. het aantal gelijktijdig aanwezigen (deelnemers, publiek en personeel) niet meer bedraagt dan 300 personen;

    3. het evenement plaatsvindt op:

      • maandag tot en met zaterdag tussen 07.00 en 23.00 uur;

      • zondag tussen 13.00 en 23.00 uur;

    4. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 23.00 uur;

    5. het geluidsniveau van de muziek als bedoeld in sub d niet meer bedraagt dan 70 dB(A), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen.

    6. het evenement niet plaatsvindt op de doorgaande weg of anderszins een belemmering vormt voor de hulpdiensten of de bereikbaarheid van woonwijken;

    7. niet meer dan 5 kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25 m² per object;

    8. er een aanspreekpunt ten tijde van het evenement aanwezig is die vooraf bekend gemaakt is bij de gemeente;

    9. de organisator uiterlijk 14 dagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester.

  4. De burgemeester kan uiterlijk 48 uur voordat een meldingsplichtig evenement plaatsvindt besluiten om beperkingen op te leggen aan het organiseren van een evenement of het evenement verbieden, als daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.

  5. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8, tweede lid, kan de vergunning worden geweigerd als de aanvraag voor een A-evenement minder dan acht weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.

  6. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8, tweede lid, kan de vergunning worden geweigerd als de aanvraag voor een B- en C-evenement minder dan dertien weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.

  7. De burgemeester kan in verband met de voorbereidingstijd van de aanvraag afwijken van de genoemde termijnen in het vijfde en zesde lid of voor bijzondere, periodiek terugkerende evenementen afzonderlijk bepalen op welk tijdstip de aanvraag uiterlijk moet worden ingediend.

  8. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als de organisator van een vechtsportwedstrijd of -gala van slecht levensgedrag is.

  9. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.