1. Een vergunning zoals bedoeld in artikel 4:12b wordt aangevraagd door de rechthebbende van de betreffende boom of bomen of de gemachtigde daarvan;

  2. De aanvrager levert bij de aanvraag in ieder geval de volgende stukken en documenten aan bij het bevoegd gezag:

    1. Een kaart waarop de betreffende boom/bomen en de huidige ruimtelijke situatie zijn weergegeven;

    2. Tenminste één (1) duidelijke foto per boom;

    3. Een onderbouwing van de in lid 2 van artikel 4:12c gestelde situaties, ofwel een motivatie waarom de boom gekapt dient te worden;

    4. Welke alternatieven voor het behouden van de boom of bomen, in de vorm van boomsparende maatregelen, verplanting, of mitigerende maatregelen, zijn onderzocht conform de meest recente versie van het Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen, en niet houdbaar zijn bevonden;

    5. In het geval dat de aanvraag wordt ingediend in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling;

      I. Een bomen effect analyse (BEA) waarin uit de conclusie te herleiden valt dat de te vellen bomen niet duurzaam te behouden is; of,

      II. Indien aangegeven door het bevoegd gezag een compensatieplan zoals bedoeld in artikel 4:12f;

    6. Een invulling van de beoogde herplant;

    7. Indien de omgevingsvergunning aangevraagd wordt in het kader van veiligheid of beheerbaarheid omwille een sterk teruggelopen boomkwaliteit of boomconditie, of ter preventie van schade of letsel, moet ook het afschrift en bevindingen van de meest recente boomveiligheidscontrole toegevoegd worden.

  3. Ter aanvulling op de in dit artikel opgenomen indieningsvereisten, kunnen derden die in eigendom zijn van een boom op de Bomenlijst op kosten van de gemeente een boominspectie aanvragen (in de vorm van een VTA, Visual Tree Assessment). De uitkomst van deze inspectie is leidend voor de verdere afhandeling van de vergunningsaanvraag. Indien de overlast met een snoeimaatregel verholpen kan worden, zijn deze kosten voor de eigenaar en wordt de omgevingsvergunning geweigerd.