De artikelen 1:2 en 1:5 tot en met 1:8 zijn niet van toepassing op het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde.
Algemene plaatselijke verordening Hollands Kroon BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling Voorkomen of bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling Evenementen [niet opgenomen]
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet [niet opgenomen]
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
- Artikel 2:41
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen
- Artikel 2:45
- Artikel 2:45a
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
- Artikel 2:48
- Artikel 2:48a
- Artikel 2:49
- Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen en voor het publiek toe~ea2ee02a1fb6
- Artikel 2:50a Messen en andere voorwerpen als steekwapen
- Artikel 2:51
- Artikel 2:52
- Artikel 2:53
- Artikel 2:54
- Artikel 2:55
- Artikel 2:56
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:60
- Artikel 2:61
- Artikel 2:62
- Artikel 2.63:
- Artikel 2:64
- Artikel 2:65
Afdeling Bestrijding van heling van goederen
Afdeling Consumentenvuurwerk en carbid [niet opgenomen]
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Afdeling Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Hoofdstuk
Artikel 3:2
Definities
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
advertentie: elke commerciële uiting in een medium, die een seksbedrijf of een prostituee onder de aandacht van het publiek brengt.
beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitvoert, dan wel uitvoeren in een seksinrichting of escortbedrijf.
bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.
escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die als uitvoering van werk of in een omvang alsof dit uitvoering van werk was, prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgevoerd.
exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of escortbedrijf leidt, dan wel leiden om er winst mee te maken. Dit is ook de persoon die namens de rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon of personen spreekt.
klant: degene die gebruik maakt van de door een exploitant van een prostitutiebedrijf of een prostituee aangeboden seksuele diensten.
prostituee: degene die zich beschikbaar stelt voor het doen van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.
prostitutie: het zich beschikbaar stellen voor het doen van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.
prostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie.
raamprostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie, waarbij het werven van klanten gebeurt door een prostituee die zichtbaar is vanuit een voor publiek toegankelijke plaats.
seksbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie of tot het verrichten van seksuele handelingen voor een ander tegen betaling of uit het bedrijfsmatig aanbieden van vertoningen van erotisch-pornografische aard in een seksinrichting tegen betaling.
seksinrichting: voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, onderdeel van een seksbedrijf.
werkruimte: als zelfstandig aan te merken onderdeel van een seksinrichting waarin de seksuele handelingen met een ander tegen betaling worden verricht.
Sekswinkel: de voor het publiek bereikbare, besloten ruimte waarin vooral goederen met een erotisch-pornografische kenmerk aan particulieren worden verkocht of verhuurd.
Artikel 3:3
Seksinrichtingen
-
Voor het leiden of wijzigen van een seksinrichting of escortbedrijf is een vergunning van de burgemeester nodig.
-
De aanvraag voor een vergunning voor het exploiteren van een seksinrichting bevat in ieder geval:
de persoonsgegevens van de exploitant;
de persoonsgegevens van de beheerder;
de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.
-
De burgemeester kan voor niet meer dan twee seksinrichtingen vergunning verlenen.
Artikel 3:6
Aanvraag
-
Een aanvraag om vergunning wordt ingediend middels een door het bevoegde bestuursorgaan vastgesteld formulier.
-
Bij de aanvraag wordt vermeld voor welke activiteit vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd:
de persoonsgegevens van de exploitant;
het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel;
of in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag de exploitant een vergunning voor een seksbedrijf is geweigerd of een aan de exploitant verleende vergunning voor een seksbedrijf is ingetrokken;
het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend;
het adres van een onder het seksbedrijf vallende seksinrichting;
het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt;
een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht van de exploitant;
voor zover van toepassing, de verblijfstitel van de exploitant;
een actuele verklaring betalingsgedrag nakoming fiscale verplichtingen, verstrekt door de Belastingdienst;
bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot het gebruik van de ruimtes bestemd voor de uitoefening van het seksbedrijf;
voor zover van toepassing, de plaatselijke ligging van de seksinrichting waarvoor vergunning wordt aangevraagd, door middel van een situatieschets met een noordpijl en schaalaanduiding;
voor zover van toepassing, de plattegrond van de seksinrichting waarvoor vergunning wordt aangevraagd, door middel van een tekening met een schaalaanduiding.
-
Als er een beheerder is aangesteld is het tweede lid, onder a tot en met c, g en h, van overeenkomstige toepassing op de beheerder.
-
Het bevoegde bestuursorgaan kan aanvullende gegevens of bescheiden verlangen.
Artikel 3:7
Aanvullende Weigeringsgronden
Naast de algemene weigeringsgronden zoals die staan in artikel 1:8 kan de vergunning ook worden geweigerd als:
de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:14 gestelde eisen;
er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn die dat niet mogen volgens artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of door bepalingen in of door de Wet arbeid vreemdelingen en/of de Vreemdelingenwet.
de veiligheid van personen of goederen in gevaar is;
de arbeidsomstandigheden van de prostituee in gevaar zijn.
Artikel 3:8
Eisen met betrekking tot vergunning
-
De vergunning vermeldt in ieder geval:
de naam van de exploitant;
voor zover van toepassing, die van de beheerder;
voor welke activiteit de vergunning is verleend;
het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend;
het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt;
voor zover van toepassing, het adres van de onder dat seksbedrijf vallende seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend;
de voorschriften en beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden;
de geldigheidsduur van de vergunning;
het nummer van de vergunning.
-
De exploitant draagt er zorg voor dat de vergunning of een afschrift daarvan zichtbaar aanwezig is in de seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend.
Artikel 3:9
Intrekkingsgronden
-
De vergunning wordt ingetrokken als:
de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest;
de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven;
is gehandeld in strijd met de artikelen 3:10, 3:14 tweede lid, 3:15 en 3:17, eerste lid, en tweede lid, aanhef en onderdeel b, aanhef en onder 1°;
zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of veiligheid;
zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3:7;
de vergunninghouder dat verzoekt;
de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met het Omgevingsplan.
-
De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken als:
is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen;
in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning;
een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of beheerder is geworden;
is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen, onverminderd het eerste lid, aanhef en onder c;
is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan beschreven maatregelen;
zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de woon- en leefomgeving of de gezondheid van prostituees of klanten;
de exploitant of de beheerder het toezicht op de naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of bemoeilijkt;
er bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn die onherroepelijk zijn veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel;
gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is gemaakt van de vergunning.
Artikel 3:10
Wijziging beheer
-
Als een beheerder het beheer in de seksinrichting of het escortbedrijf echt heeft beëindigd, geeft de exploitant daarvan binnen een week na de echte beëindiging van het beheer, schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.
-
Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder als het bevoegd bestuursorgaan, op aanvraag van de exploitant, heeft besloten de verleende vergunning, volgens de wijziging in het beheer, te wijzigen. Wat er bepaald is in artikel 3:7, eerste lid, aanhef en onder a, is op dezelfde manier van toepassing.
-
In afwachting van het bedoelde besluit in het tweede lid, kan het beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de exploitant de aanvraag, zoals wordt bedoeld in het tweede lid, heeft ingediend. De nieuwe beheerder kan het beheer uitoefenen tot dat over de aanvraag is besloten.
Artikel 3:11
Verlenging vergunning
-
Op een aanvraag om verlenging van een vergunning zijn de artikelen 3:3, 3:6 tot en met 3:8 en 3:15, derde lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat actuele gegevens en bescheiden waarover het bevoegde bestuursorgaan al beschikking heeft niet nogmaals overgelegd dienen te worden.
-
Als ten minste twaalf weken voorafgaand aan de vervaltermijn van de vergunning verlenging van de vergunning is aangevraagd, blijft de vergunning van kracht totdat op de aanvraag om verlenging is besloten.
Artikel 3:12
Sluitingstijden seksinrichtingen; aanwezigheid; toegang
-
Van maandag tot en met zondag tussen 04.00 en 06.00 uur is de seksinrichting gesloten en is het verboden om bezoekers binnen te laten of te laten verblijven.
-
Als er belangen zijn die niet bij elkaar passen of als het niet klopt met de bepalingen in dit hoofdstuk dan kan de burgemeester met een regel voor een aparte seksinrichting, tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of, tijdelijk of voor altijd, een gedeelte of de gehele inrichting sluiten.
-
Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet als hierover in de daarin geregelde onderwerpen al regels zijn bepaald in of door het Besluit activiteiten leefomgeving.
-
Net zoals is bepaald in artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht, maakt het bevoegd bestuursorgaan het in het tweede lid bedoelde besluit bekend zoals staat in artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.
-
Tijdens de openingstijden van de seksinrichting moet de exploitant of beheerder, die op de vergunning zijn genoemd, aanwezig zijn.
-
De exploitant en de beheerder zorgen er de hele tijd voor dat in de seksinrichting:
geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet wapens en munitie;
geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen die dat niet mogen volgens de bepaalde regels in de Wet arbeid vreemdelingen en/of de Vreemdelingenwet 2000.
geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen die jonger zijn dan 18 jaar;
bedrijfsafspraken worden gemaakt waarbij de toepassing van veilige sekstechnieken van de prostituées verbeterd wordt;
bedrijfsafspraken worden gemaakt waardoor de prostituées ervan verzekerd zijn dat zij voor zichzelf mogen beslissen;
bedrijfsafspraken worden gemaakt waarbij wordt meegewerkt aan projecten die gezondheidsproblemen voorkomen.
Artikel 3:14
Gedragseisen exploitant en beheerder
-
De exploitant en de beheerder:
staan niet onder curatele, zijn niet onder toezicht geplaatst en zijn niet uit de ouderlijke macht of de voogdij ontzet;
is niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;
is minimaal 21 jaar.
-
Naast de gestelde eisen in lid 1, zijn de exploitant en de beheerder niet:
met toepassing van artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking gesteld;
binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de rechter in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba, dan wel door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis volgens artikel 67, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is toegelaten;
binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf zoals wordt bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van:
bepalingen gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen 2000;
de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met 249, 252, 250a (oud), 273f, 300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van Strafrecht;
de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994;
artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de kansspelen;
de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;
de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.
-
Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijkgesteld:
vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid onder a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, behalve als de geldsom minder dan 375 euro bedraagt;
een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf.
-
De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:
bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de beslissing op de aanvraag van de vergunning;
bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning.
-
De exploitant/ondernemer of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar geen exploitant/ondernemer of beheerder geweest van een seksinrichting of escortbedrijf die voor tenminste een maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in artikel 3:3 eerste lid, is ingetrokken, behalve als aannemelijk is dat hem ter zake geen verwijt treft.
Artikel 3:15 Bedrijfsplan
-
Een prostitutiebedrijf beschikt over een bedrijfsplan, waarin in ieder geval wordt beschreven welke maatregelen de exploitant treft:
op het gebied van hygiëne;
ter bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het zelfbeschikkingsrecht van de prostituees;
ter bescherming van de gezondheid van de klanten;
ter voorkoming van strafbare feiten.
-
De door de exploitant te treffen maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, waarborgen dat:
de hygiëne in een seksinrichting voldoet aan de algemene eisen die hiervoor in de branche gelden en dat dit controleerbaar is;
inzichtelijk en controleerbaar is welke maatregelen een exploitant in zijn bedrijfsvoering en inrichting van de werkruimten treft voor gezonde en veilige werkomstandigheden voor prostituees;
in de werkruimten te allen tijde voldoende condooms met een CE-markering voor gebruik beschikbaar zijn;
in de werkruimten voor de prostituees een goed functionerende alarmvoorziening aanwezig is;
de prostituee zich regelmatig kan laten onderzoeken op seksueel overdraagbare aandoeningen en door de exploitant voldoende geïnformeerd is over de mogelijkheden van een dergelijk onderzoek;
de prostituee niet gedwongen wordt zich geneeskundig te laten onderzoeken;
de prostituee vrij is in de keuze van de arts(en) die hij / zij wil bezoeken;
de prostituee klanten en diensten kan weigeren zonder dat dat voor haar andere werkzaamheden gevolgen heeft;
de prostituee kan weigeren alcohol of drugs te gebruiken zonder dat dat voor hem / haar werkzaamheden gevolgen heeft;
aan de voor de exploitant werkzame beheerder voldoende professionele eisen op het gebied van agressiebeheersing en bedrijfshulpverlening worden gesteld en waar nodig wordt gezorgd voor scholing hierin;
de exploitant zich een oordeel vormt over de mate van zelfredzaamheid van de prostituee voordat deze voor of bij hem gaat werken, teneinde vast te stellen of zij voldoet aan de eisen die hij hiervoor in zijn bedrijfsplan heeft opgenomen;
de exploitant voor elke voor of bij hem werkzame prostituee kan aantonen onder welke verhuur- of arbeidsvoorwaarden zij haar diensten aanbiedt;
de exploitant of beheerder zich er regelmatig van vergewist dat de prostituee niet door derden gedwongen wordt tot prostitutie en dat hij in dit kader informatie van hulpverleningsinstanties ter beschikking stelt;
de exploitant aan de voor of bij hem werkzame prostituees informatie ter beschikking stelt over de mogelijkheden om hulp te krijgen als een prostituee wil stoppen met haar werk in de prostitutie;
de overlast aan de omgeving van de onder het seksbedrijf vallende seksinrichtingen beperkt wordt.
-
Het bedrijfsplan wordt overgelegd bij de aanvraag om een vergunning.
-
De exploitant meldt een voorgenomen wijziging van het bedrijfsplan onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan. De wijziging wordt na goedkeuring van het bevoegde bestuursorgaan als onderdeel van het bedrijfsplan aangemerkt, als deze voldoet aan de eisen die overeenkomstig het eerste en tweede lid aan een bedrijfsplan worden gesteld.
-
De rechten voor prostituees, die worden gewaarborgd op grond van het tweede lid, worden op schrift gesteld en in een voor haar begrijpelijke taal uitgereikt aan elke prostituee die werkzaam is voor of bij de exploitant.
-
In de seksinrichting wordt in ten minste twee talen en voor de klant goed zichtbaar bekend gemaakt dat een prostituee klanten en diensten mag weigeren en mag weigeren alcohol of drugs te gebruiken.
Artikel 3:17
Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder prostitutiebedrijf
-
De exploitant of de beheerder is aanwezig gedurende de uren dat het prostitutiebedrijf daadwerkelijk wordt uitgeoefend.
-
De exploitant van een prostitutiebedrijf draagt er zorg voor dat:
de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees redelijkerwijs hun eigen werktijden kunnen bepalen;
er een deugdelijke bedrijfsadministratie wordt gevoerd waarin de actuele gegevens zijn opgenomen van in ieder geval;
de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees;
de verhuuradministratie;
met betrekking tot alle voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame prostituees, de documentatie die ten grondslag ligt aan de vorming van het oordeel over de mate van zelfredzaamheid, bedoeld in artikel 3:15, tweede lid, onder k;
de werkroosters van de beheerders;
de bedrijfsadministratie met inachtneming van de wettelijke termijnen wordt bewaard en te allen tijde beschikbaar is voor toezichthouders;
medewerkers van de gemeentelijke gezondheidsdienst en van andere door de burgemeester of het college aangewezen instellingen worden toegelaten tot seksinrichtingen als ze voornemens zijn voorlichtings- en preventieactiviteiten uit te voeren of voorlichtingsmateriaal te verspreiden;
onverwijld bij de politie wordt gemeld ieder signaal van mensenhandel of andere vormen van dwang en uitbuiting;
onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan wordt gemeld als gedurende ten minste één maand geen gebruik gemaakt zal worden van de vergunning. Deze melding vermeldt de reden en de verwachte duur;
gedaan wordt wat nodig is voor een goede gang van zaken binnen het prostitutiebedrijf.
Artikel 3:19
Straatprostitutie
Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere manier, voorbijgangers tot prostitutie te bewegen, uit te nodigen dan wel aan te lokken.
Artikel 3:22
Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke
-
Het is de rechthebbende (de persoon die recht heeft op) een vast gevestigde zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische karakter openlijk te tonen, aan te bieden of aan te brengen:
als het bevoegd bestuursorgaan aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de manier van tonen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt;
op een andere manier dan volgens de door het bevoegd bestuursorgaan voor de openbare orde of de woon- en leefomgeving gestelde regels.
-
Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het tonen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die bedoeld zijn voor het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.
Artikel 3:23
Sekswinkels
Het runnen van een sekswinkel is voor bescherming van de openbare orde of de woon- en leefomgeving, niet toegestaan.
Artikel 3:24
Beëindiging exploitatie
-
De vergunning vervalt zodra de op de vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd.
-
Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan.