-
Het is verboden de openbare orde te verstoren of deel te nemen aan een samenscholing, zich onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden, te vechten of op andere wijze de orde te verstoren.
-
Hij die op een openbare plaats aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, of hij die een tot toeloop van publiek aanleiding gevende gebeurtenis waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan, dan wel zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is verplicht op bevel van een door het college of burgemeester aangewezen toezichthouder zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.
-
Het is verboden om aanwezig te zijn op openbare plaatsen die door de burgemeester voor de openbare veiligheid zijn afgezet.
-
De burgemeester kan ontheffing verlenen het in het derde lid bepaalde verbod.
-
Dit artikel geldt niet voor betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten zoals bedoeld is in de Wet openbare manifestaties.
Algemene plaatselijke verordening Hollands Kroon BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling Voorkomen of bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling Evenementen [niet opgenomen]
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet [niet opgenomen]
Afdeling Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Afdeling Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
- Artikel 2:41
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen
- Artikel 2:45
- Artikel 2:45a
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
- Artikel 2:48
- Artikel 2:48a
- Artikel 2:49
- Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen en voor het publiek toe~ea2ee02a1fb6
- Artikel 2:50a Messen en andere voorwerpen als steekwapen
- Artikel 2:51
- Artikel 2:52
- Artikel 2:53
- Artikel 2:54
- Artikel 2:55
- Artikel 2:56
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:60
- Artikel 2:61
- Artikel 2:62
- Artikel 2.63:
- Artikel 2:64
- Artikel 2:65
Afdeling Bestrijding van heling van goederen
Afdeling Consumentenvuurwerk en carbid [niet opgenomen]
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Afdeling Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
Hoofdstuk Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Hoofdstuk
Artikel 2:10
Het plaatsen van voorwerpen op openbare plaatsen of gebruik in strijd met de publieke functie daarvan
-
Het is niet toegestaan de openbare weg, een gedeelte van de openbare weg of een openbare plaats die in beheer is van de gemeente anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als:
dat schade toebrengt aan de weg of openbare plaats;
dat een gevaar oplevert voor het gebruiken van de weg of openbare plaats of voor het doelmatig en veilig kunnen gebruiken van de weg of openbare plaats;
de weg of openbare plaats niet kan worden verzorgd en onderhouden;
de inrichting en/of het gebruik afwijkt van de publieke functie en openbare bestemming.
-
Burgemeester en wethouders kunnen, als dat nodig is voor de openbare orde of de woon- en leefomgeving, nadere regels bepalen voor terrassen en uitstallingen.
-
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor het plaatsen van tweevlaks- of driehoeksborden en spandoeken in het kader van niet commerciële overheidscampagnes, culturele- of sportevenementen in en ten behoeve van de gemeente Hollands Kroon, alsmede alle verkiezingen, indien (voor wat betreft de borden) aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
een maximale breedte van 1,0 meter en een maximale hoogte van 1,35 meter;
de onderzijde van het bord niet hoger dan 0,5 meter boven de grond is geplaatst;
niet meer dan 5 per kern per overheidscampagne of cultureel- of sportevenement;
de borden binnen een week na het culturele of sportevenement worden verwijderd;
de borden ingeval van overheidscampagnes en verkiezingen na plaatsing gedurende een periode van maximaal 4 weken worden verwijderd.
-
Burgemeester en wethouders kunnen het aanbrengen van de borden en spandoeken als bedoeld in lid 3 verbieden als:
het gebruik schade toebrengt aan de weg;
het gebruik een gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik van de weg;
de weg niet kan worden verzorgd en onderhouden;
het bord is geplaatst aan een lichtmast met bewegwijzering of lichtbak.
-
Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in lid 1 genoemde verbod.
-
Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik als het gaat om lichtreclame of de opslag van materialen.
-
Het verbod geldt niet voor evenementen en standplaatsen.
-
Het verbod geldt niet als er voor in het daarin genoemde onderwerp, al iets is geregeld in de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet, of de Wegenverordening Noord-Holland.
Artikel 2:11
(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen, en veranderen van een weg [niet opgenomen]
Artikel 2:27
Definitie openbare inrichting
De voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt en/of dranken worden geschonken en/of rookwaren of spijzen voor consumptie worden verstrekt of bereid. Een openbare inrichting zijn in ieder geval: een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, clubhuis. Een openbare inrichting is ook het bijbehorende terras en eventuele andere buitenactiviteiten die bij deze afgesloten ruimte horen.
Artikel 2:28
Exploitatie openbare inrichting
-
Voor het exploiteren van een openbare inrichting is een vergunning van de burgemeester nodig.
-
De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan.
-
Naast de weigering op basis van de algemene weigeringsgronden zoals opgenomen in artikel 1:8 houdt de burgemeester rekening met:
het karakter van de straat en de wijk waarin het horecabedrijf is gelegen of gelegen gaat komen;
de soort en grootte van het horecabedrijf;
de wijze van bedrijfsvoering door de exploitant of de leidinggevende en het levensgedrag van die persoon.
Eventuele gebeurtenissen met geweld, overlast op straat of drugsgebruik in een periode van 6 maanden voor de aanvraag
-
Er is geen vergunning nodig voor een openbare inrichting die zich bevindt in:
een winkel zoals bedoeld wordt in artikel 1 van de Winkeltijdenwet en de activiteiten van de openbare inrichting niet de hoofdactiviteiten zijn van de winkel;
een zorginstelling;
een museum;
een bedrijfskantine of – restaurant.
-
De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet, als:
zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting; of
de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2.28 tweede of derde lid.
-
De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid, onder a.
Artikel 2:29
Sluitingstijden
-
Openbare inrichtingen zijn gesloten en er zijn geen bezoekers aanwezig op:
maandag tot en met vrijdag tussen 02.00 uur en 06.00 uur;
op zaterdag en zondag tussen 03.00 uur en 06.00 uur;
op 1 januari tussen 04.00 uur en 06.00 uur.
-
De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd.
-
Voor een openbare inrichting in een winkel gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.
-
Het eerste en het tweede lid gelden niet in die situaties waarvoor in of volgens de Wet milieubeheer, de Omgevingswet of het besluit activiteiten leefomgeving bepalingen zijn opgenomen.
-
Na 01.00 uur mogen geen bezoekers meer worden toegelaten in een openbare inrichting.
-
De burgemeester kan voor het beschermen van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of voor bijzondere omstandigheden, voor één of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.
-
Lid 6 geldt niet voor die situaties waarover in artikel 13b van de Opiumwet bepalingen zijn opgenomen.
Artikel 2.31
Verboden gedragingen
-
Het is verboden in een openbare inrichting:
de orde te verstoren;
zich als bezoeker te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid.
op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras.
Artikel 2.32
Handel binnen openbare inrichtingen
De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.
Artikel 2.33
Het college als bevoegd bestuursorgaan
Als een openbare inrichting geen voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is, zoals omschreven in artikel 174 van de Gemeentewet, en welke bereikbaar is voor publiek dan treedt het college van burgemeester en wethouders, voor de toepassing van artikel 2:28 en 2:29, op als bevoegd bestuursorgaan.
Artikel 2.35
Definitie
In deze afdeling wordt onder inrichting verstaan elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft.
Artikel 2.36
Kennisgeving exploitatie
Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is verplicht daarvan binnen drie dagen daarna schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester.
Artikel 2:38
Verschaffing gegevens nachtregister
Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid naam, woonplaats, dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken.
Artikel 2:38a
Definities
Speelgelegenheid: een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.
Artikel 2:39
Speelgelegenheden
-
Voor het exploiteren van een speelgelegenheid is een vergunning van de burgemeester nodig.
-
Er is geen vergunning nodig voor:
speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid, onder b, van de Wet op de Kansspelen, vergunning is verleend;
speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of de Kamer van Koophandel vergunning mag verlenen;
speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden
om het kleine kansspel zoals wordt bedoeld in artikel 7c van de Wet op de kansspelen, te beoefenen;
om te spelen op speelautomaten zoals wordt bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen;
om de handeling zoals wordt bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet op de kansspelen uit te voeren.
Artikel 2:40 Kansspelautomaten
-
In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal 2 kansspelautomaten toegestaan.
-
In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan.
Artikel 2:41
Betreden gesloten woning of lokaal
-
Het is verboden een, volgens artikel 174a van de Gemeentewet
gesloten woning;
een niet voor publiek bereikbaar lokaal;
een bij die woning of dat lokaal behorend erf,
te betreden.
-
Het is verboden een, volgens artikel 13b van de Opiumwet,
gesloten woning;
een niet voor het publiek toegankelijk lokaal;
een bij die woning of dat lokaal behorend erf;
een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf,
te betreden.
-
Deze verboden gelden niet voor personen van wie de aanwezigheid in de woning of het lokaal om dringende reden nodig is.
Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen
-
Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben.
-
Het verbod is niet van toepassing als de genoemde gereedschappen, voorwerpen of middelen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor inbreken.
Artikel 2:45a
Vervoer geprepareerde voorwerpen
-
Het is verboden op de weg of in de nabijheid van winkels te vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er kennelijk toe is uitgerust om het plegen van (winkel)diefstal te vergemakkelijken.
-
Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het in dat lid bedoelde voorwerp niet bestemd is voor de in dat lid bedoelde handelingen.
Artikel 2:47
Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen
-
Het is verboden op een openbare plaats:
te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hek, omheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd straatmeubilair;
zich op te houden op een wijze die voor andere gebruikers of omwonenden onnodig overlast of hinder veroorzaakt.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de artikelen 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 2:49
Verboden gedrag bij of in gebouwen
-
Het is verboden zonder redelijk doel:
zich in een portiek of poort op te houden;
in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen;
zich zonder redelijk doel op te houden op het terrein van een school.
-
Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw.
Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen en voor het publiek toe~ea2ee02a1fb6
-
Het is verboden om op een openbare plaats of in een voor het publiek bereikbare ruimte zonder reden aanwezig te zijn, op een manier die voor andere gebruikers of omwonenden onnodig overlast of hinder veroorzaakt.
-
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarvoor in de artikelen 424, 426b is of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 andere bepalingen zijn opgenomen.
Artikel 2:50a Messen en andere voorwerpen als steekwapen
-
Het is verboden op door het college aangewezen openbare plaatsen of in daaraan grenzende voor het publiek openstaande gebouwen of op bij die gebouwen behorende erven messen of andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben.
-
Het verbod geldt niet voor messen of voorwerpen die zodanig zijn ingepakt dat zij niet voor onmiddellijk gebruik gereed zijn.
-
Dit artikel is niet van toepassing voor zover het wapens betreft als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie.
Artikel 2:52
Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein en dergelijke [niet opgenomen]
Artikel 2:66
Definitie
In deze afdeling wordt onder handelaar verstaan de handelaar aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 2:67
Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
-
De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en door de burgemeester gewaarmerkt register, en daarin onverwijld op te nemen:
het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed;
de datum van verkoop of overdracht van het goed;
een omschrijving van het goed, voor zover van toepassing daaronder begrepen soort, merk en nummer van het goed;
de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed; en;
de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen.
-
De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze verplichtingen.
-
Op de aanvraag om een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 2:68
Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht
De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:
de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen:
dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende vestiging;
van een verandering van de onder I bedoelde adressen;
dat hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent;
dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan.
de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register ter inzage te geven;
aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn;
een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen is.
Artikel 2:73a
Carbid, acetyleengas afkomstig van carbid en gasmengsels of stoffen met vergelijkbare eigenschappen [niet opgenomen]
Artikel 2:74
Drugshandel op straat
Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet, is het verboden op of aan de weg te gaan staan of heen en weer te bewegen met als doel om middelen die worden bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, wel of niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen. Het is ook verboden om op of aan wegen te zijn, in of op een voertuig, daarmee heen en weer of rond te rijden, met hetzelfde doel zoals in de eerste zin staat beschreven.
Artikel 2:74a
Drugsgebruik in het openbaar
Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.
Artikel 2:75
Bestuurlijke ophouding
De burgemeester kan volgens artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats als deze personen het bepaalde in
artikel 2:1 samenscholing en ongeregeldheden;
artikel 2:74a drugsgebruik in het openbaar;
groepsgewijs niet naleven.
Artikel 2:76
Veiligheidsrisicogebieden
De burgemeester kan volgens artikel 151b van de Gemeentewet een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied. De burgemeester doet dat als de openbare orde wordt verstoord door de aanwezigheid van wapens of als er ernstige vrees is dat dit kan ontstaan.
Artikel 2:77
Cameratoezicht op openbare plaatsen
De burgemeester mag volgens artikel 151c van de Gemeentewet vaste camera’s plaatsen voor een bepaalde periode voor het toezicht op een openbare plaats.
Artikel 2:78
Gebiedsontzeggingen
-
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 48 uur in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.
-
Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen 6 maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 12 weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.
-
De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijke ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod.
-
Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste of tweede lid opgelegd verbod.
-
Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid.
Artikel 2:79
Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet
-
Gedrag vanuit een woning of een bij die woning horend erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of erf, mag geen ernstige of herhaaldelijke hinder veroorzaken voor mensen die om deze woning of erf heen wonen.
-
De persoon die de woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of dit, tegen betaling, in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, moet daarvoor zorgen.
Artikel 2:80
Sluiting voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf
-
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat besluiten tot de gehele of gedeeltelijke sluiting van een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 2:30, eerste lid, of artikel 13b van de Opiumwet voorziet.
-
De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf.
-
Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is.
-
Het is verboden een gesloten gebouw of erf te bezoeken, als bezoeker daarin of daarop te verblijven of een bezoeker daarin of daarop te laten verblijven zonder toestemming van de burgemeester.
-
De burgemeester kan een sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.
Artikel 2:81
Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
-
In dit artikel wordt verstaan onder:
bedrijfsmatige activiteit: activiteit in de uitoefening van een beroep of bedrijf, die niet valt onder de vergunningplicht bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet of de artikelen 2:28 of 3:3;
beheerder: natuurlijk persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteit;
exploitant: natuurlijk persoon of bestuurder van een rechtspersoon of tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend.
-
De burgemeester kan in het belang van de leefbaarheid, de openbare orde en veiligheid of ter voorkoming van een nadelige beïnvloeding daarvan bedrijfsmatige activiteiten en gebouwen of bij die gebouwen behorende erven of gebieden aanwijzen waarop het verbod uit het derde lid van toepassing is.
-
Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een door hem aangewezen bedrijfsmatige activiteit uit te oefenen in een door hem aangewezen gebouw, op een bij dat gebouw behorend erf of in een door hem aangewezen gebied.
-
De exploitant vraagt de vergunning aan door gebruik te maken van een door de burgemeester vastgesteld formulier, waarbij in elk geval de volgende gegevens worden verstrekt:
voor welke bedrijfsmatige activiteit de vergunning wordt gevraagd;
de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant en beheerder;
het adres en telefoonnummer van de locatie waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend;
het nummer van inschrijving in het Handelsregister;
voor zover van toepassing, de verblijfstitel van de exploitant en beheerder;
voor zover van toepassing, een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant en beheerder gerechtigd zijn om in Nederland arbeid te verrichten;
een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over het gebouw of erf te beschikken waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend;
een verklaring omtrent het gedrag van de exploitant en beheerder.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren:
als de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed;
als de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is;
als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;
als niet voldaan is aan de bij of krachtens het vierde lid gestelde eisen voor de aanvraag;
als er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;
als het uitoefenen van de bedrijfsmatige activiteit in strijd is met het Omgevingsplan of de Wet milieubeheer.
-
De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijfsmatige activiteit waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als de bedrijfsmatige activiteit aan de vereisten voldoet.
-
Het is verboden het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of beheerder aanwezig is.
-
De exploitant of de beheerder ziet erop toe dat in of vanuit het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend geen strafbare feiten plaatsvinden.
-
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning intrekken of wijzigen als de omstandigheden sinds de vergunningverlening zijn gewijzigd, doordat:
de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is;
de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten die verband houden met de bedrijfsmatige activiteit of toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed;
er in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit strafbare feiten hebben plaatsgevonden of plaatsvinden;
er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;
de exploitant de bedrijfsmatige activiteit heeft beëindigd of gewijzigd; of
redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is.
-
Als de bedrijfsmatige activiteit in strijd met de vergunning of het verbod wordt uitgeoefend of als een van de situaties bedoeld in het negende lid van toepassing is, kan de burgemeester, onverminderd het bepaalde in artikel 2:80, een besluit nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend.
-
De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit tot sluiting aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of erf.
-
Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is.
-
Het is eenieder verboden een overeenkomstig het tiende lid gesloten gebouw of erf te betreden of daarin of daarop te verblijven.
-
De burgemeester kan de sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.
-
In afwijking van het derde lid geldt het verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit al een onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteit verricht, voor die bestaande activiteit op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of, als dat eerder is, met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering van een door hem aangevraagde of intrekking van een aan hem verleende vergunning.
-
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.